Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0187

Fondée Compensation KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
SCHADE - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - TUCHT - KLACHTENPROCEDURE - OVERBEVOLKING

Klager heeft in de eerste plaats een klacht ingediend omdat de directie hem niet zou willen helpen met zijn schadeclaim. Zijn bril werd door een medewerker kapot gemaakt. De gedetineerde die schade vaststelt aan zijn goederen en hiervoor schadevergoeding wenst, dient de gevangenisdirectie hiervan in te lichten door middel van het invullen van het formulier uit bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 Vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden. De klachtencommissie meent dat ingevolge deze bepalingen een actieve informatieplicht rust op de directie ten aanzien van de gedetineerde die aan de directie meldt dat bepaalde van zijn spullen zijn beschadigd. De collectieve brieven richten zich immers tot de penitentiaire inrichtingen en niet tot de gedetineerde. De directie moet de gedetineerde dus op de hoogte stellen van de mogelijkheid een schadevergoeding te verkrijgen en moet hem in staat stellen het bedoelde formulier in te vullen of te laten invullen. Op de gevangenis rust daarna ook een onderzoeksplicht. De klachtencommissie beschikt niet over een verweer van de directie of dossierstukken waaruit blijkt dat de verklaring van klager in zijn klacht niet klopt en de directie wel heeft voldaan aan de informatie- en onderzoeksplicht die op haar rust. De klachtencommissie besluit dat er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen. Omwille van het verzuim van de directie, dat bovendien in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift, is de klacht ook gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen een termijn van één (1) maand na de kennisgeving van de uitspraak van de klachtencommissie, het formulier van bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 te overhandigen aan klager en indien hij dit formulier ingevuld terug bezorgt, een onderzoek op te starten naar de beschadigde bril en een schadedossier op te stellen en in te dienen bij DJO overeenkomstig CB nr. 133.

Klager heeft daarnaast ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie heeft het tuchtdossier niet ontvangen. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. De klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.

Tot slot heeft klager een klacht ingediend omdat hij met drie op cel zit. Zijn mentale en fysieke gezondheid gaan hierdoor achteruit. Klager voelt zich niet op zijn gemak en komt hierdoor al weken niet buiten. Hij is erg depressief. Hij moet zijn cel ook delen met een roker en dit is erg vervelend gelet op zijn astma. De directie is in principe vrij om te kiezen op welke sectie of in welke cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid van de directie wordt immers niet nader geregeld in de Basiswet. Niettemin mag de beslissing van de directie om een gedetineerde toe te wijzen aan een cel niet als gevolg hebben dat de gedetineerde het slachtoffer wordt van onmenselijke behandeling. Bij gebreke aan gegevens kan de klachtencommissie niet concluderen dat klager over meer dan 3m² beschikte in de cel, noch dat er voldaan was aan de cumulatieve voorwaarden zodat er geen sprake was van een vermoeden dat de opsluiting van klager in de meerpersoonscel waarbij hij over minder dan 3m² beschikte, in strijd was met verbod op onmenselijke behandeling. De klachtencommissie kan zich dus enkel baseren op de verklaring van klager in zijn klacht. Naast de beperkte leefruimte, klaagt klager ook aan dat hij met een roker op cel zit terwijl hij aan astma lijdt. De gezondheidsrisico’s van passief tabaksgebruik staan vast. ODe gedwongen blootstelling aan tabaksrook schendt zijn recht op bescherming van gezondheid en zijn recht op eerbiediging van zijn privéleven doordat hem de keuze wordt ontnomen zijn verblijf door te brengen in een rookvrije verblijfsruimte. Het gedwongen verblijf in een rokerige verblijfsomgeving kan niet worden verantwoord door legitieme, inherent aan detentie verbonden overwegingen van veiligheid. De plaatsing van klager in een cel met een rokende gedetineerde is strijdig met artikel 23 van de Grondwet en artikel 8 van het EVRM. Om deze redenen is de klacht tegen de beslissing van de directie om klager, die niet rookt, te plaatsen in een cel samen met twee medegedetineerden waarvan één medegedetineerde een roker is, gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directie. De klachtencommissie draagt de directie op om klager – voor zover dit nog niet gebeurd is - onmiddellijk in een cel te plaatsen waarin klager over een persoonlijke ruimte van minstens 3m² beschikt en de cel niet moet delen met iemand die rookt.