Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0145

Non fondée Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VM - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID

Uit de motivering van de voorlopige maatregel en uit het RAD blijkt duidelijk dat klager de fysieke integriteit van een medegedetineerde heeft aangetast tijdens de wandeling. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op de feiten was de plaatsing van klager in de beveiligde cel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De klachtencommissie stelt vast dat de duur van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van de tuchtsanctie. De voorlopige maatregel werd bijgevolg niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing.

Vooreerst merkt de klachtencommissie op dat klager, ondanks het feit dat hij op 07/08/2025 om 19u30 onder voorlopige maatregel werd geplaatst, pas op 11/08/2025 om 9u00 werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Bijgevolg werd de termijn van 72 uur, zoals voorgeschreven door artikel 144, § 5 van de Basiswet, overschreden. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de overschrijding van de termijn van 72 uur van art. 144, § 5, tweede lid van de Basiswet, zoals zich in casu heeft voorgedaan, niet automatisch de nietigheid van de tuchtbeslissing zelf met zich meebrengt. Het gaat hier immers niet om een vervaltermijn. (BC23-0191) Daarnaast blijkt ook uit de tuchtbeslissing dat de duur van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van de tuchtsanctie. De voorlopige maatregel tegen klager werd immers genomen op 07/08/2025 om 19u30 en de tuchtsanctie van 30 dagen ATV begint op datzelfde moment te lopen.

Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering van de tuchtbeslissing de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijke acht voor zijn daden. De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De klachtencommissie stelt echter vast dat nergens wordt gemotiveerd waarom de directie klager als geïnterneerde op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.