KC32/24-0268
Non fondée
Fondée
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Autre décision directeur
UITVOERING BESLISSING - WANDELING - VRIJE TIJD
De klachten betreffen (1) het feit dat klager bepaalde tegemoetkoming nog niet mocht ontvangen, (2) het feit dat hij tijdens ATV geen wandeling aangeboden gekregen heeft en (3) het feit dat hij tijdens ATV niet heeft kunnen deelnemen aan een kerstviering in de gevangenis van Turnhout.
Over de niet-toegekende tegemoetkomingen: de klachtencommissie brengt in herinnering dat de beslissingen van de klachtencommissie uitvoerbaar zijn, ongeacht de mogelijkheid van beroep, behoudens tegenstrijdige beslissing van de voorzitter van de beroepscommissie. Enkel een eventuele tegemoetkoming blijft opgeschort in geval van hoger beroep. Het ongedaan maken van de gevolgen van een vernietigde beslissing, waartoe in beide voormelde dossiers werd bevolen, betreft géén tegemoetkoming.
De directie geeft zelf toe dat zij pas op 04/02/2025 de ‘nodige’ terugbetalingen heeft uitgevoerd. De klachten dateren echter reeds van december 2024… De klachtencommissie meent derhalve dat hetgeen klager aanvoert (de niet-uitvoering van de beslissingen van de KC, lees, nog geen terugbetaling van de verschuldigde bedragen), voor waar kan worden aangenomen. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over de wandeling: klager stelt gedurende zijn ATV niet bevraagd te zijn inzake een (individuele) wandeling. De directie verwijst in haar verweer naar de algemene instructie die zegt dat klager dagelijks de vraag moet worden gesteld of hij al dan niet wil wandelen.
De klachtencommissie wijst erop dat de verplichting van artikel 140, §2, tweede lid, 1° van de Basiswet wel degelijk in hoofde van de directie zelf bestaat. Volgens de klachtencommissie weerlegt de directie hetgeen klager aanvoerde in feite niet, zodat het aannemelijk lijkt dat jegens hem niet aan deze verplichting werd voldaan. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over een deelname aan een kerstviering tijdens ATV: de klachtencommissie wijst er vooreerst op dat klager geen klacht indiende tegen de tuchtsanctie, maar louter tegen de weigering om te mogen deelnemen aan een kerstviering tijdens de uitvoering van zijn ATV. De klachtencommissie gaat na of de bestreden beslissing al dan niet in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag. De klachtencommissie toetst bovendien ook of een beslissing, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, redelijk en billijk is.
De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde in principe niet kan deelnemen aan activiteiten die verband houden met zijn eredienst of zijn levensbeschouwing, maar ook dat de directie hierop uitzonderingen kan toestaan. De klachtencommissie is van mening dat de directie op grond van de Basiswet niet de verplichting had om aan klager de mogelijkheid te bieden om het kerstfeestje bij te wonen. De beslissing van de directie is niet onwettig. De beslissing is daarnaast ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten betreffen (1) het feit dat klager bepaalde tegemoetkoming nog niet mocht ontvangen, (2) het feit dat hij tijdens ATV geen wandeling aangeboden gekregen heeft en (3) het feit dat hij tijdens ATV niet heeft kunnen deelnemen aan een kerstviering in de gevangenis van Turnhout.
Over de niet-toegekende tegemoetkomingen: de klachtencommissie brengt in herinnering dat de beslissingen van de klachtencommissie uitvoerbaar zijn, ongeacht de mogelijkheid van beroep, behoudens tegenstrijdige beslissing van de voorzitter van de beroepscommissie. Enkel een eventuele tegemoetkoming blijft opgeschort in geval van hoger beroep. Het ongedaan maken van de gevolgen van een vernietigde beslissing, waartoe in beide voormelde dossiers werd bevolen, betreft géén tegemoetkoming.
De directie geeft zelf toe dat zij pas op 04/02/2025 de ‘nodige’ terugbetalingen heeft uitgevoerd. De klachten dateren echter reeds van december 2024… De klachtencommissie meent derhalve dat hetgeen klager aanvoert (de niet-uitvoering van de beslissingen van de KC, lees, nog geen terugbetaling van de verschuldigde bedragen), voor waar kan worden aangenomen. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over de wandeling: klager stelt gedurende zijn ATV niet bevraagd te zijn inzake een (individuele) wandeling. De directie verwijst in haar verweer naar de algemene instructie die zegt dat klager dagelijks de vraag moet worden gesteld of hij al dan niet wil wandelen.
De klachtencommissie wijst erop dat de verplichting van artikel 140, §2, tweede lid, 1° van de Basiswet wel degelijk in hoofde van de directie zelf bestaat. Volgens de klachtencommissie weerlegt de directie hetgeen klager aanvoerde in feite niet, zodat het aannemelijk lijkt dat jegens hem niet aan deze verplichting werd voldaan. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over een deelname aan een kerstviering tijdens ATV: de klachtencommissie wijst er vooreerst op dat klager geen klacht indiende tegen de tuchtsanctie, maar louter tegen de weigering om te mogen deelnemen aan een kerstviering tijdens de uitvoering van zijn ATV. De klachtencommissie gaat na of de bestreden beslissing al dan niet in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag. De klachtencommissie toetst bovendien ook of een beslissing, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, redelijk en billijk is.
De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde in principe niet kan deelnemen aan activiteiten die verband houden met zijn eredienst of zijn levensbeschouwing, maar ook dat de directie hierop uitzonderingen kan toestaan. De klachtencommissie is van mening dat de directie op grond van de Basiswet niet de verplichting had om aan klager de mogelijkheid te bieden om het kerstfeestje bij te wonen. De beslissing van de directie is niet onwettig. De beslissing is daarnaast ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.