KC32/24-0220
Non fondée
Irrecevable
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - GEÏNTERNEERDE
Inzake het blokkeren van een telefoonnummer. Klager beklaagt zich over een vermeende beslissing van de directeur om een telefoonnummer te blokkeren. In haar verweer stelt de directie dat het telefoonnummer mogelijk van buitenaf werd geblokkeerd. Zij meent dat er geen sprake is van een beslissing van of door de directeur ten aanzien van klager. De klachtencommissie acht de uitleg van de gevangenisdirectie aannemelijk, en besluit dat de beslissing die ter discussie wordt gesteld niet werd genomen door de gevangenisdirectie. Dit aspect van de klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het verzuim van de directie om te reageren op klagers schrijven. Klager beklaagt zich over het gegeven dat de directeur, op 16 oktober 2024 oftewel het moment van het schrijven van de klacht, (nog) niet reageerde op klagers rapportbriefje van 7 oktober 2024. Hierin verzocht klager de directeur om het telefoonnummer te deblokkeren. De klachtencommissie stelt vast dat er tussen de het versturen van de rapportbriefjes en het schrijven van de klacht slechts een beperkt aantal dagen zijn verstreken. De klachtencommissie besluit dat de gevangenisdirectie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door op 16 oktober 2024 nog geen antwoord te hebben gegeven op het schrijven van klager van 7 oktober 2024.
Dit aspect van de klacht is niet gegrond.
Inzake het niet-overmaken van een bewijsstuk m.b.t. een aangetekende zending door de rekendienst. De klacht van klager is gedateerd op 16 oktober 2024. Klager heeft nagelaten om te vermelden wanneer hem precies, dan wel bij benadering, werd geweigerd om een bewijs van het versturen van een aangetekende zending over te maken. Om deze reden kan de klachtencommissie onmogelijk onderzoeken of de klacht al dan niet tijdig werd ingediend, om vervolgens over te gaan tot het behandelen van de eventuele gegrondheid ervan. De klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het saboteren van het digitaal platform. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen, noch maakt hij het aannemelijk dat het defect een gevolg is van een beslissing van of namens de directeur ten aanzien van hem. Dit aspect van de klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het verzuim van de directie om te reageren op klagers schrijven omtrent een schadevergoeding. De klachtencommissie stelt vast dat er tussen de het versturen van de rapportbriefjes en het schrijven van de klacht slechts een beperkt aantal dagen zijn verstreken. De klachtencommissie meent dat de berichten, waarin klager zich weinig hoffelijk uitdrukt en meerdere vragen over uiteenlopende onderwerpen stelt, niet van die aard waren dat de gevangenisdirectie deze zonder verdere navraag en binnen een erg korte tijdspanne kon beantwoorden. De klachtencommissie besluit dat de gevangenisdirectie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door op 16 oktober 2024 nog geen antwoord te hebben gegeven op het schrijven van klager van 5 oktober 2024. Dit aspect van de klacht is niet gegrond.
Inzake de afwezigheid van een overlegorgaan. Uit de bepalingen van de Basiswet vloeit voort dat enkel en alleen beslissingen die voldoende individualiseerbaar zijn vatbaar zijn voor beklag (artikel 148 Basiswet). Er moet dus sprake zijn van een individueel karakter van een directiebeslissing, waarbij de klacht gaat over de individuele detentiesituatie van een gedetineerde. Daar de klacht in verband met de werking van het overlegorgaan geldt voor een hele groep van (zo niet: voor alle) gedetineerden die verblijven in de Penitentiaire Inrichting van Turnhout, is aan deze vereiste niet voldaan. De klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het blokkeren van een telefoonnummer. Klager beklaagt zich over een vermeende beslissing van de directeur om een telefoonnummer te blokkeren. In haar verweer stelt de directie dat het telefoonnummer mogelijk van buitenaf werd geblokkeerd. Zij meent dat er geen sprake is van een beslissing van of door de directeur ten aanzien van klager. De klachtencommissie acht de uitleg van de gevangenisdirectie aannemelijk, en besluit dat de beslissing die ter discussie wordt gesteld niet werd genomen door de gevangenisdirectie. Dit aspect van de klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het verzuim van de directie om te reageren op klagers schrijven. Klager beklaagt zich over het gegeven dat de directeur, op 16 oktober 2024 oftewel het moment van het schrijven van de klacht, (nog) niet reageerde op klagers rapportbriefje van 7 oktober 2024. Hierin verzocht klager de directeur om het telefoonnummer te deblokkeren. De klachtencommissie stelt vast dat er tussen de het versturen van de rapportbriefjes en het schrijven van de klacht slechts een beperkt aantal dagen zijn verstreken. De klachtencommissie besluit dat de gevangenisdirectie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door op 16 oktober 2024 nog geen antwoord te hebben gegeven op het schrijven van klager van 7 oktober 2024.
Dit aspect van de klacht is niet gegrond.
Inzake het niet-overmaken van een bewijsstuk m.b.t. een aangetekende zending door de rekendienst. De klacht van klager is gedateerd op 16 oktober 2024. Klager heeft nagelaten om te vermelden wanneer hem precies, dan wel bij benadering, werd geweigerd om een bewijs van het versturen van een aangetekende zending over te maken. Om deze reden kan de klachtencommissie onmogelijk onderzoeken of de klacht al dan niet tijdig werd ingediend, om vervolgens over te gaan tot het behandelen van de eventuele gegrondheid ervan. De klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het saboteren van het digitaal platform. Klager brengt zijn klacht niet in verband met een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur ten aanzien van hem werd genomen, noch maakt hij het aannemelijk dat het defect een gevolg is van een beslissing van of namens de directeur ten aanzien van hem. Dit aspect van de klacht is niet-ontvankelijk.
Inzake het verzuim van de directie om te reageren op klagers schrijven omtrent een schadevergoeding. De klachtencommissie stelt vast dat er tussen de het versturen van de rapportbriefjes en het schrijven van de klacht slechts een beperkt aantal dagen zijn verstreken. De klachtencommissie meent dat de berichten, waarin klager zich weinig hoffelijk uitdrukt en meerdere vragen over uiteenlopende onderwerpen stelt, niet van die aard waren dat de gevangenisdirectie deze zonder verdere navraag en binnen een erg korte tijdspanne kon beantwoorden. De klachtencommissie besluit dat de gevangenisdirectie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten is gegaan door op 16 oktober 2024 nog geen antwoord te hebben gegeven op het schrijven van klager van 5 oktober 2024. Dit aspect van de klacht is niet gegrond.
Inzake de afwezigheid van een overlegorgaan. Uit de bepalingen van de Basiswet vloeit voort dat enkel en alleen beslissingen die voldoende individualiseerbaar zijn vatbaar zijn voor beklag (artikel 148 Basiswet). Er moet dus sprake zijn van een individueel karakter van een directiebeslissing, waarbij de klacht gaat over de individuele detentiesituatie van een gedetineerde. Daar de klacht in verband met de werking van het overlegorgaan geldt voor een hele groep van (zo niet: voor alle) gedetineerden die verblijven in de Penitentiaire Inrichting van Turnhout, is aan deze vereiste niet voldaan. De klacht is niet-ontvankelijk.