Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0187

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Klager voerde aan dat de fatik en de kwartierchef hem de beledigende uitspraak niet hadden horen zeggen. De directeur wees erop dat er geen kwartierchef aanwezig was. Volgens de klachtencommissie kwam de directie tot een conclusie die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (klager uitte een belediging ten aanzien van de beambte) bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten (volgens de aankruising) als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). Blijkens de motivering heeft de directie klager echter willen sanctioneren voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De aankruising van de andere inbreuk lijkt dan ook een materiële vergissing te zijn. Gelet op deze onzorgvuldigheid verzoekt de klachtencommissie de directie erop toe te zien dat de juiste kwalificatie vermeld wordt op het tuchtregister van klager. De klachtencommissie acht de kwalificatie als een inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie. Een voorwaardelijke sanctie van 7 dagen ATV werd in uitvoer gebracht. Klager kreeg geen bijkomende sanctie. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.