Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0125

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD dat een aantal gebeurtenissen beschrijft die ook op camera werden vastgelegd. De camerabeelden werden ter tuchtzitting herbekeken in aanwezigheid van klager. Ter tuchtzitting erkende klager dat hij een medegedetineerde tegen de muur duwde. Op basis van de camerabeelden concludeerde de directie dat klager niet geslagen heeft, maar wel een dreigende beweging maakte. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Op de camerabeelden is te zien hoe betrokkene bewust op zoek gaat naar het slachtoffer. De klachtencommissie vindt ‘bewust op zoek gaan naar het slachtoffer’ enigszins overdreven geformuleerd, aangezien uit het relaas ter tuchtzitting blijkt dat klager zich al ter plekke bevond en de medegedetineerden bij hem (in de buurt) kwamen staan. Dat hij vervolgens een van de medegedetineerde duwde, staaft volgens de klachtencommissie nog niet dat zijn reactie zeer bewust en weloverwogen ten aanzien van deze persoon was bedoeld. Een impulsieve daad is hiermee volgens de klachtencommissie niet uitgesloten.
(2) Bij het binnenkomen van de wandeling was betrokkene helder en bewust in zijn spreken en handelen. De klachtencommissie stelt vast dat het dossier geen enkel schriftelijk stuk bevat dat dit element onderschrijft. Dit deel van de motivering strookt dan ook niet met de schriftelijke stukken van het dossier. De directie verwijst nochtans naar ‘de beschikbare informatie’, doch het is onduidelijk waar ze deze informatie vandaan heeft.
(3) Ter tuchtzitting kon betrokkene een helder verhaal vertellen, waaruit blijkt dat hij de handelingen doelbewust heeft gesteld. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dat hij nadien alles in een coherent verhaal kan gieten, zegt niet noodzakelijk iets over zijn geestestoestand op het moment van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.