Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0220

Fondée Irrecevable KC - Turnhout Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLACHTENPROCEDURE - REKENINGEN - PERSONEEL - SCHADE

De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet).

Klager beklaagt zich over de beslissing van de klachtencommissie in KC32/23-0112. Indien klager het niet eens is met de beslissing van de klachtencommissie in KC32/23-0112, moet hij hiertegen beroep aantekenen bij de beroepscommissie. De beslissing van de klachtencommissie maakt geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet uit. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij zijn betalingsopdrachten niet terugkrijgt, zodat hij er geen bewijsstuk van heeft. Volgens de klachtencommissie maakt hetgeen waar klager zich over beklaagt géén individuele beslissing van de directeur ten aanzien van hem uit. De klacht is gericht tegen een algemene regel zonder dat blijkt dat deze algemene regel afbreuk doet aan een individueel recht dat de klager aan hogere rechtsnormen ontleent (BC/22-0223). De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gebrek aan inventaris van gedeponeerde voorwerpen. Klager diende hierover reeds verschillende malen klacht in. De klacht heeft hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/23-0208. De klacht in het voorliggend dossier bevat bovendien geen nieuwe informatie. De klachtencommissie meent de klacht dan ook niet (opnieuw) inhoudelijk te moeten beoordelen. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over een woordenwisseling die hij had met een personeelslid omtrent prints opgestuurd door zijn zus. Hij meent dat dit personeelslid ‘voor directeur speelde’. De klachtencommissie kan in het relaas van klager geen beslissing door of namens de directeur onderscheiden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Volgens de klachtencommissie bestond er in hoofde van de directie een verplichting om een schadedossier op te stellen voor de weggegooide kledij. Aangezien de directie hier na schrijven van klager niet toe overging en ook uit het initiële verweer en de bijkomende vraag tot informatie (die ondanks herhaaldelijke aanmaningen niet beantwoord werd) niet blijkt dat zij hiertoe enige stappen ondernam, meent de klachtencommissie dat hetgeen klager aanvoert voor waar dient te worden aangenomen. Er is aldus sprake van een verzuim in hoofde van de directie. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken is de directie gehouden tot de opstart van een schadedossier volgens de procedure zoals beschreven in CB nr. 133, voor zover dit intussen nog niet gebeurd is.