Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0185

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING - GETUIGEN - BEWIJS - TEGEMOETKOMING

De mededeling tot opstart van de tuchtprocedure verwijst voor wat betreft de tenlastelegging integraal naar het RAD van 22 september 2023. Dit RAD beschrijft het niet verlaten van de wandeling nadat hiertoe wordt opgeroepen en het deelnemen aan brandstichting en vernielingen.

Klager werd (volgens de aankruising) gesanctioneerd zowel voor de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet) als het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen (artikel 129, 6° Basiswet).

Over de brandstichting en vernielingen wordt in de motivering niets opgenomen, behoudens op het moment dat het gaat over de toerekenbaarheid. Enkel de tweede inbreuk van het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen (artikel 129, 6° Basiswet) wordt in de tuchtbeslissing gemotiveerd. Volgens de klachtencommissie is de tuchtbeslissing op dit punt gebrekkig in het licht van artikel 144 §6, tweede lid Basiswet j° artikel 8 Basiswet.

Over het aansporen van medegedetineerden om aan de collectieve actie deel te nemen, kan in het RAD van 22 september niets teruggevonden worden. Toch stelt de directie in de motivering: “Er werd tevens vastgesteld dat betrokkene zijn medegedetineerden aanspoorde deel te nemen aan de collectieve actie.” Verderop stelt ze: “(…) achten wij de inbreuken bewezen op basis van de vaststellingen die door de directeur en andere collega’s gebeurden (…)”.

De klachtencommissie merkt op dat op het RAD van 22 september 2023 geen directieleden bij de getuigen zijn opgenomen. Meer zelfs, er werden géén getuigen genoteerd.

De klachtencommissie leest in het verslag van de tuchtzitting dat de directie de volgende vragen stelde: “En uw aandeel voor de rest van de avond?” en “Heeft u verder nog iets gezegd om mensen aan te stoken?” Ook deelde ze de volgende informatie mee: “Ik kan wel meedelen dat ik zelf heb vastgesteld dat u heeft deelgenomen aan de collectieve actie, en voor onrust hebt gezorgd.”

Klager werd volgens de klachtencommissie finaal dan ook gesanctioneerd voor andere, bijkomende feiten dan voor dewelke de tuchtprocedure werd opgestart. Dat klager beschuldigd werd van het aansporen van medegedetineerden was op basis van het RAD niet duidelijk en werd ter tuchtzitting slechts indirect aangehaald. Volgens de klachtencommissie is de tuchtbeslissing op dit punt strijdig met artikel 144 §3 en §6, tweede lid Basiswet.

Indien de directeur en ‘andere collega’s’ (niet gespecificeerd) nog andere feiten in hoofde van klager vaststelden (het aansporen van medegedetineerden om deel te nemen aan de collectieve actie), dienden deze vaststellingen volgens de klachtencommissie opgenomen te worden in een RAD of enig schriftelijk verslag, zodat klager correct in kennis kon worden gesteld van de werkelijke tenlastelegging.

De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.