Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0175

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING

Klager kreeg een voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte en de uitsluiting van alle gemeenschappelijke en individuele activiteiten opgelegd op grond van het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar brengen.

De klachtencommissie stelt het volgende vast:

1) Een voorlopige maatregel was niet de geschikte beslissing. Ze kan immers enkel worden opgelegd in afwachting van de tuchtprocedure (artikel 145 Basiswet). Het administratief dossier bevat geen RAD, observatienota of meldingsverslag over klager. Op het moment van de beslissing tot voorlopige maatregel was er (nog) geen concreet element voorhanden ten gevolge waarvan men zou kunnen denken dat er ten aanzien van klager een tuchtprocedure zou opgestart worden. Het was volgens de klachtencommissie dan ook logischer geweest als het aanwezige personeel haar toevlucht had genomen tot een (voorlopige) bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 110, §3 Basiswet).

2) De motivering van de voorlopige maatregel is gebrekkig. De voorlopige maatregel, op identieke wijze geformuleerd, werd opgelegd aan verschillende aanwezigen op de wandeling. De zinsnede uit de motivering werd niet geïndividualiseerd in hoofde van klager, aangezien enkel in algemene bewoordingen de toestand op de wandeling van vleugel AB werd beschreven.

3) De opgelegde maatregelen zijn niet conform de aangevinkte rechtsgrond (collectieve actie). Op basis van deze rechtsgrond kan de directie enkel overgaan tot het opleggen van de in artikel 112, §1, 4° en 5° Basiswet bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet), zijnde de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (4°) of de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (5°). Hier legde de directie ook de uitsluiting van alle gemeenschappelijke en individuele activiteiten met uitzondering van de individuele wandeling en individuele geloofsbelijdenis op. Deze maatregel valt onder artikel 112, §1, 2° Basiswet, zodat de directie ze niet kon opleggen voor de rechtsgrond die door haar gekozen werd.

4) De ondertekening voldoet niet aan de vormvereisten. Volgens de klachtencommissie is het op basis van de ondertekening onvoldoende duidelijk of de beslissing daadwerkelijk door een directeur genomen werd. De voorlopige maatregel werd immers om 23.00u opgelegd, maar pas om 00.00u opgesteld. Bovendien bevat ze geen handtekening van de directeur, doch enkel van een personeelslid. Collectieve brief nr. 124 van 6 september 2013 voorziet een specifieke vormvereiste indien de directeur niet aanwezig is in de gevangenis om de beslissing te ondertekenen. De klachtencommissie stelt vast dat deze vormvereiste niet werd nageleefd.

De klacht is gegrond. De voorlopige maatregel wordt vernietigd.