KC32/23-0150
Non fondée
Fondée
Compensation
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - TEGEMOETKOMING
De voorlopige maatregel die door klager bestreden wordt, kan niet meer voorgelegd worden. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De voorlopige maatregel wordt vernietigd. De klachtencommissie kent een ongestoord bezoek toe als tegemoetkoming.
De voorlopige maatregel werd, in afwachting van de tuchthoorzitting die op vraag van klager werd uitgesteld, na afloop van de 72u verlengd. Aangezien “het moment waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld” op vraag van klager vooruitgeschoven werd in de tijd en de omstandigheden van het dossier noopten tot bepaalde maatregelen in afwachting van de tuchtprocedure (men kon klager immers niet zomaar laten terugkeren naar zijn cel aangezien het tuchtincident net betrekking had op zijn celgenoot), acht de klachtencommissie het redelijk dat de voorlopige maatregel langer dan de oorspronkelijk voorziene 72u bleef voortduren. De klacht is ongegrond.
Aangezien klager geen tegenindicaties aanvoert die twijfels doen rijzen over de waarachtigheid van de RAD’s, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in de RAD’s, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde vier inbreuken van de eerste categorie en kreeg hiervoor 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en gelet op de veelheid aan inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.
De voorlopige maatregel die door klager bestreden wordt, kan niet meer voorgelegd worden. Doordat de directie nalaat om het volledige administratief dossier voor te leggen, besluit de klachtencommissie in navolging van de rechtspraak van de Raad van State dat de afwezigheid van een dossier gelijkgesteld wordt met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund (RvS 29 januari 2014 nr. 226 252). De klacht is gegrond. De voorlopige maatregel wordt vernietigd. De klachtencommissie kent een ongestoord bezoek toe als tegemoetkoming.
De voorlopige maatregel werd, in afwachting van de tuchthoorzitting die op vraag van klager werd uitgesteld, na afloop van de 72u verlengd. Aangezien “het moment waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld” op vraag van klager vooruitgeschoven werd in de tijd en de omstandigheden van het dossier noopten tot bepaalde maatregelen in afwachting van de tuchtprocedure (men kon klager immers niet zomaar laten terugkeren naar zijn cel aangezien het tuchtincident net betrekking had op zijn celgenoot), acht de klachtencommissie het redelijk dat de voorlopige maatregel langer dan de oorspronkelijk voorziene 72u bleef voortduren. De klacht is ongegrond.
Aangezien klager geen tegenindicaties aanvoert die twijfels doen rijzen over de waarachtigheid van de RAD’s, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in de RAD’s, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde vier inbreuken van de eerste categorie en kreeg hiervoor 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en gelet op de veelheid aan inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.