Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0007

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SANCTIE

Mede gelet op het gegeven dat klager voorafgaand aan de tuchtbeslissing geen enkele tegenindicatie aanbracht, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directie voor het bewezen zijn van de feiten voortging op de RAD’s en de daarin opgenomen feiten aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet), het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificaties die de directie aan de feiten gaf correct. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet.

Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). Klager pleegde twee inbreuken van de eerste categorie en twee inbreuken van de tweede categorie. Deze inbreuken worden aldus bestraft als één inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). In het voorliggend dossier kreeg klager 14 dagen ATV. Op zichzelf beschouwd komt deze tuchtsanctie wettelijk en redelijk voor.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 23 december 2022 echter al een tuchtsanctie van 25 dagen ATV Hij pleegde de feiten in voorliggende dossier aldus tijdens de uitvoering van deze eerste sanctie. Tenzij in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit gepleegd tijdens de periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, ten gevolge waarvan de maximumduur op 45 dagen komt te liggen (artikel 142 Basiswet) mogen achtereenvolgens opgelegde afzonderingen in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte de maximumduur van dertig dagen evenmin overschrijden. Aangezien in het voorliggend dossier geen sprake was van de hypothese van de zware aanslag op de fysieke integriteit, was de maximumsanctie voor de twee opeenvolgende tuchtbeslissingen begrensd tot 30 dagen ATV. Klager kon bij tuchtbeslissing van 29 december 2022 maximum 5 dagen ATV ‘bijkrijgen’. De opgelegde sanctie van 14 dagen ATV was onwettelijk. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de opgelegde sanctie. De klachtencommissie stelt vast dat de directie intussen een gewijzigde beslissing nam die tegemoetkomt aan deze vernietiging.