Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0104

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - MOTIVERING - RECHT OP TEGENSPRAAK

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 8 september 2022; de verklaringen van klager ter tuchtzitting van 13 september 2022; het onderzoek van de gsm; de verklaringen van klager ter verdergezette tuchtzitting van 14 september 2022. De motivering gaat in op de volgende redenen:

- Het is niet de eerste keer dat er een gsm werd aangetroffen in de cel van klager. Hoewel tuchtinbreuken uit het verleden op zichzelf niet als voldoende bewijs kunnen gelden, kunnen zij volgens de klachtencommissie in het voorliggend dossier wel gelden als ondersteunend element voor de redenering van de directie, zoals ook vermeld wordt in de motivering (in fine).

- De bekentenis van de celgenoot wordt niet geloofd. De directie geeft als (extra) reden op dat het toestel in het Nederlands staat ingesteld, terwijl de celgenoot geen Nederlands spreekt. Dit element op zich is volgens de klachtencommissie niet erg overtuigend. Overtuigender is volgens de klachtencommissie dat de directie de bekentenis van de celgenoot niet gelooft net omdát ze er (op basis van andere elementen) van overtuigd is dat het toestel van klager is. De klachtencommissie wijst erop dat, teneinde het recht op tegenspraak te garanderen, het horen van de opsteller van het tuchtrapport of bepaalde getuigen steeds dient te gebeuren in aanwezigheid van de gedetineerde (artikel 144 §5, vijfde lid Basiswet). In het voorliggend dossier werd de medegedetineerde gehoord buiten de aanwezigheid van klager om. De motivering maakt tot tweemaal toe melding van de verklaring van de medegedetineerde. Aangezien de verklaringen van de medegedetineerde echter noch in het voordeel, noch in het nadeel van klager hebben gespeeld (omdat de directie haar eigen redenen had om te geloven dat klager wél de eigenaar was van het toestel) is deze vaststelling volgens de klachtencommissie onvoldoende om over te gaan tot de vernietiging van de tuchtbeslissing.

- De directie is ervan overtuigd dat het toestel van klager is. Ter tuchtzitting en in zijn klacht verweert klager zich door te stellen dat men niet van hem kan verwachten dat hij zijn celgenoot zou verklikken. Dit verweer houdt volgens de klachtencommissie geen stand op basis van de feiten.

De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten in hoofde van klager kwalificeerde als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De redenering die de directie hiervoor opbouwde, gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten en houdt ondanks de zaken die klager aanvoert, stand.

Het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 30 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuk en de voorgaanden van klager, redelijk. De klacht is ongegrond.