KC32/22-0014
Irrecevable
KC - Turnhout
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN
De klacht handelt over het gebrek aan inwilliging van zijn vraag per rapportbriefje van 17 januari 2022 om de volgende documenten te ontvangen: 2x attest van gevangenschap, 2x uittreksel uit het register (moederfiche) en 2x aanvraagformulier juridische tweedelijnsbijstand. Klager stuurde herinneringsbriefjes op 18 januari 2022, 24 januari 2022 en 2 februari 2022. Hierop kreeg hij naar eigen zeggen een anoniem schriftelijk antwoord luidende: “Hoe kan ik ingevulde formulieren van u terugkrijgen als u beweert deze nog niet ontvangen te hebben. Gelieve ons met het nodige respect te behandelen aub.” De vraag van klager werd dus weliswaar beantwoord, doch het antwoord kan niet als een ‘beslissing’ gekwalificeerd worden. Gelet op het gebrek aan verweer van de directie gaat de Klachtencommissie ervan uit dat hetgeen klager aangeeft als antwoord te hebben ontvangen, juist is. De vraag van klager kan beschouwd worden als een verzoek in de zin van artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. De klacht werd genoteerd op 2 februari 2022. Er was op het moment van de klacht dan ook geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, aangezien de wettelijke termijn van 30 dagen waarbinnen de directie op de vraag dient te antwoorden nog niet verstreken was. De klacht is onontvankelijk.
De klacht handelt over het gebrek aan inwilliging van zijn vraag per rapportbriefje van 17 januari 2022 om de volgende documenten te ontvangen: 2x attest van gevangenschap, 2x uittreksel uit het register (moederfiche) en 2x aanvraagformulier juridische tweedelijnsbijstand. Klager stuurde herinneringsbriefjes op 18 januari 2022, 24 januari 2022 en 2 februari 2022. Hierop kreeg hij naar eigen zeggen een anoniem schriftelijk antwoord luidende: “Hoe kan ik ingevulde formulieren van u terugkrijgen als u beweert deze nog niet ontvangen te hebben. Gelieve ons met het nodige respect te behandelen aub.” De vraag van klager werd dus weliswaar beantwoord, doch het antwoord kan niet als een ‘beslissing’ gekwalificeerd worden. Gelet op het gebrek aan verweer van de directie gaat de Klachtencommissie ervan uit dat hetgeen klager aangeeft als antwoord te hebben ontvangen, juist is. De vraag van klager kan beschouwd worden als een verzoek in de zin van artikel 5 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. De klacht werd genoteerd op 2 februari 2022. Er was op het moment van de klacht dan ook geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid van de Basiswet, aangezien de wettelijke termijn van 30 dagen waarbinnen de directie op de vraag dient te antwoorden nog niet verstreken was. De klacht is onontvankelijk.