Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0011

Non fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID

Voor wat betreft het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° van de Basiswet) verwijst de directie naar de vaststellingen uit het RAD waaruit blijkt dat klager de veters niet wil verwijderen, ondanks de aanmaning hiertoe. Klager erkent dit ook ter tuchtrechtelijke hoorzitting. De Klachtencommissie oordeelt dat de directie deze tuchtinbreuk in hoofde van klager kon weerhouden. Voor wat betreft de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet) baseert de directie zich op de vaststellingen in het RAD. De door klager aangevoerde tegenindicaties werden beoordeeld en onvoldoende bevonden. De Klachtencommissie stelt vast dat het RAD werd opgesteld door één van de personeelsleden die betrokken was bij de tussenkomst en bevestigd werd door het andere personeelslid. Ondanks dat het RAD niet letterlijk beschrijft waaruit het ‘op een dreigende manier tussenkomen’ bestond, staat voldoende vast dat beide personeelsleden de houding van klager als dreigend ervaren hebben en het noodzakelijk vonden om de deur snel te sluiten om escalatie te vermijden. Aangezien de tegenindicatie die klager aanvoert (ik was niet dreigend, hij was dreigend) volgens de Klachtencommissie onvoldoende doet twijfelen aan de inhoud van dit RAD, kon de directie er redelijkerwijs op voortgaan. De Klachtencommissie is van oordeel dat de directie aldus in alle redelijkheid kon oordelen dat de in het RAD omschreven feiten gekwalificeerd konden worden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet). In casu werd er geen bijkomende sanctie opgelegd aan klager. De directie vond het uitvoeren van de 14 dagen ATV die klager eerder al voorwaardelijk opgelegd kreeg, voldoende. Ingevolge artikel 143 §4, vierde lid van de Basiswet heeft de directeur bij het niet naleven van de aan een uitstel verbonden voorwaarden de keuze om de met uitstel uitgesproken tuchtsanctie geheel of gedeeltelijk ten uitvoer te leggen. De Klachtencommissie acht het oordeel van de directie dat ten gevolge van de twee weerhouden inbreuken de volledige tuchtsanctie uitgevoerd moest worden, redelijk. De klacht is ongegrond.