Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0010

Fondée KC - Turnhout Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GETUIGE - RECHT OP TEGENSPRAAK - MOTIVERING

In casu heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuken gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 14 januari 2022, de verklaringen van klager en zijn advocate ter tuchtrechtelijke hoorzitting van 21 januari 2022 én -blijkens het verweer- op de verklaring van een medegedetineerde en mondelinge inlichtingen van het personeel. De Klachtencommissie wijst erop dat, teneinde het recht op tegenspraak te garanderen, het horen van de opsteller van het tuchtrapport of bepaalde getuigen steeds dient te gebeuren in aanwezigheid van de gedetineerde (artikel 144 §5, vijfde lid van de Basiswet). In casu werden de medegedetineerde en het personeel gehoord buiten weten van klager om. De directie heeft daardoor bij het nemen van haar tuchtbeslissing gehandeld in strijd met artikel 144 §5, vijfde lid van de Basiswet. Dit heeft ook zijn weerslag op de motivering van de tuchtbeslissing. Artikel 8 van de Basiswet vereist immers dat alle beslissingen, behoudens wettelijke uitzonderingen, met redenen moeten worden omkleed. Deze formele motiveringsplicht verplicht de directie in de motivering de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op afdoende wijze. In casu werd er niets over de bijkomende informatievergaring opgenomen in de motivering van de tuchtbeslissing. De directie erkent dit ook in haar verweer tegen de klacht. De motivering voldoet daardoor niet aan de voorwaarden van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.