Ga verder naar de inhoud

KC29/23-0079

Non fondée KC - Saint-Gilles Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De Klachtencommissie gaat na of de aangevochten beslissing niet onwettelijk, onredelijk of onbillijk is .

Klager is op 09 juni 2023 tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor inbreuken van 1ste catégorie. De opgelegde sanctie is een berisping.

De tuchtoverheid heeft bij de uitoefening van haar tuchtbevoegdheid een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De Klachtencommissie is enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend door de directie.

Aangezien de basiswet geen bijzonder bewijsstelsel instelt, kan de directeur voor het bewijs van het tuchtrechtelijk gesanctioneerd feit niet alleen steunen op bekentenissen of vaststaande bewijzen, maar ook op getuigenissen en vermoedens. Bij gebrek aan een regeling van de bewijswaarde komt het de directie toe binnen de grenzen van de redelijkheid de bewijswaarde te beoordelen van de gegevens uit het tuchtdossier om tot een bepaalde overtuiging te komen.

Het rapport aan de directeur dat een penitentiair beambte opstelt wanneer hij een feit vaststelt waarvan hij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, zoals artikel 144 van de basiswet voorschrijft, is een gegeven waarop de directie haar beoordeling van het bestaan en de ernst van de feiten kan steunen. Dit neemt niet weg dat het de directie toekomt rekening te houden met het verweer van de gedetineerde om de bewijswaarde van het rapport te beoordelen.

De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD van 6 juni 2023 ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Het rapport is duidelijk en wordt uitdrukkelijk bevestigd door de klager. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport.

De Klachtencommissie stelt vast dat er inderdaad sprake is van de inbreuk van 1ste categorie.
Klager voerde aan dat hij louter had gehandeld uit zelfverdediging. De klachtencommissie meent dat er in dit dossier niet zomaar sprake is van – een tuchtrechtelijke invulling van het begrip – wettige zelfverdediging. De Klachtencommissie acht de reactie van klager – waarbij hij de medegedetineerde heeft geslagen – niet proportioneel.

De klachtencommissie dient vervolgens echter vast te stellen dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt dat de directie op enige wijze rekening heeft gehouden met het vaststaande gegeven dat klager werd bedreigd en geprovoceerd door de betrokken medegedetineerde. Deze bedreiging/provocatie betreft naar het oordeel van de klachtencommissie een omstandigheid die zeker had moeten meespelen bij het toemeten van de tuchtsanctie. In de motivering van de tuchtbeslissing moest hierbij bovendien worden aangetoond in welke mate deze omstandigheid een rol heeft gespeeld bij de toemeting.

Aan de andere kant heeft de directie de minst strenge sanctie opgelegd met een berisping. Deze is dus proportioneel.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.