Ga verder naar de inhoud

KC29/21-0005

Fondée KC - Saint-Gilles Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - TAAL - RECHTEN VAN VERDEDIGING - PROPORTIONALITEIT

De klacht betreft een tuchtsanctie van 8 dagen ATV voor het niet naleven van het huishoudelijk reglement. Klager betwist de ten laste gelegde feiten en stelt dat hij niet correct werd gehoord, mogelijks door de taalbarrière (tuchtzitting in het Nederlands, taal die klager gebrekkig beheerst).

Klager ontkende de feiten van diefstal, maar erkende dat tenminste bepaalde van de gevonden voorwerpen (snoepjes) door een medegedetineerde aan hem overhandigd werden.

Tijdens de zitting van de Klachtencommissie gebeurde de communicatie met de klager in het Nederlands. Daaruit bleek dat de klager voldoende begrip had van de feiten en van de gestelde vragen.

De feiten van uitwisseling van bepaalde voorwerpen blijken bewezen. Uit de motivatie van de tuchtrechtelijke beslissing blijkt dat de tuchtsanctie niet werd opgelegd voor diefstal, en dat er rekening werd gehouden met deze verklaringen van klager tijdens de tuchtzitting.

Het is echter niet duidelijk waarom de celgenoot van klager voor dezelfde feiten 5 dagen ATV kreeg, terwijl klager 8 dagen kreeg. De directie legt geen objectieve elementen voor om dit verschil te rechtvaardigen.

De Klachtencommissie verklaart de klacht ontvankelijk en gegrond in de mate dat de sanctie van 8 dagen ATV zonder objectieve elementen hoger ligt dan de sanctie van de celgenoot van klager, voor dezelfde feiten.