KC25/26-0010
Non fondée
KC - Oudenaarde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL
Klager ontkent de feiten omtrent het bezit/gebruik van de gsm (en het gebruik van het wifi-netwerk daarmee) niet. Dit werd opnieuw herhaald tijdens de zitting van de klachtencommissie. De feiten zijn bewezen en aan klager toe te rekenen. De directie motiveert dit afdoende in haar beslissing.
Klager kreeg een tuchtsanctie van 20 dagen ATV wat de klachtencommissie overkomt als een wettige tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken.
De klachtencommissie volgt het argument van de dubbele sanctie niet aangezien het ontslag niet enkel gesteund was op het bezit van de gsm maar ook andere informatie die de directie verkregen
Klager en zijn advocaat geven aan dat dit verdenkingen zijn en dat klager zich hier niet over kon uitspreken. Uit het RAD dat aan de basis lag van de tucht blijkt dat klager een verklaring deed ten aanzien van de politie waarbij hij zou aangegeven hebben. Klager kon op de tuchtzitting ook dit verder aanvullen. Klager werd dus wel degelijk gehoord.
Een functie die de meeste vrijheid geeft, vereist bovendien dat de klager een groter vertrouwen dient te genieten van de directie om zijn functie uit te oefenen.
Alle elementen in rekening gehouden acht de klachtencommissie het niet onredelijk dat er sprake was van een vertrouwensbreuk.
De klacht is om deze redenen ongegrond.
Klager ontkent de feiten omtrent het bezit/gebruik van de gsm (en het gebruik van het wifi-netwerk daarmee) niet. Dit werd opnieuw herhaald tijdens de zitting van de klachtencommissie. De feiten zijn bewezen en aan klager toe te rekenen. De directie motiveert dit afdoende in haar beslissing.
Klager kreeg een tuchtsanctie van 20 dagen ATV wat de klachtencommissie overkomt als een wettige tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken.
De klachtencommissie volgt het argument van de dubbele sanctie niet aangezien het ontslag niet enkel gesteund was op het bezit van de gsm maar ook andere informatie die de directie verkregen
Klager en zijn advocaat geven aan dat dit verdenkingen zijn en dat klager zich hier niet over kon uitspreken. Uit het RAD dat aan de basis lag van de tucht blijkt dat klager een verklaring deed ten aanzien van de politie waarbij hij zou aangegeven hebben. Klager kon op de tuchtzitting ook dit verder aanvullen. Klager werd dus wel degelijk gehoord.
Een functie die de meeste vrijheid geeft, vereist bovendien dat de klager een groter vertrouwen dient te genieten van de directie om zijn functie uit te oefenen.
Alle elementen in rekening gehouden acht de klachtencommissie het niet onredelijk dat er sprake was van een vertrouwensbreuk.
De klacht is om deze redenen ongegrond.