TUCHT
De klacht betreft de tuchtbeslissingen van 28 juli en 20 augustus 2025 van de directie van de gevangenis van Oudenaarde.
- De tuchtbeslissing van 28 juli 2025
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 14 dagen verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) voor verschillende inbreuken:
- ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ ,
- ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ ,
- ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’ , en
- ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ .
De sanctie gaat in op 25 augustus 2025 om 06u00 en loopt tot en met 8 september 2025 om 06u00.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen en aan klager kon toerekenen.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie is op zichzelf dus wettig en, gelet op de verschillende inbreuken, niet onredelijk of onbillijk.
De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing van 28 juli 2025 is bepaald dat de tuchtsanctie pas ingaat vanaf 25 augustus 2025 om 06u00 tot en met 8 september 2025 om 06u00. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat hij op het moment van de feiten op 24 juli 2025 onder ATV stond door een eerdere tuchtbeslissing waarbij hij 14 dagen ATV opgelegd kreeg. De tuchtsanctie zou pas later beginnen lopen, aangezien klager eerst een andere ATV-sanctie van 28 dagen moest uitzitten, en dit van 26 juli om 06u00 t.e.m. 23 augustus 2025 om 06u00.
In navolging van de rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie, besluit de klachtencommissie dat artikel 142 van de Basiswet in voorliggend dossier wordt omzeild door de ATV-sanctie op gekunstelde wijze met uitstel op te leggen. Hierdoor is de opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV de facto een onwettige verlenging van de eerder opgelegde ATV-sancties.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 28 juli 2025 en draagt de directie op elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te verwijderen.
- De tuchtbeslissing van 20 augustus 2025
Klager werd bij tuchtbeslissing van 20 augustus 2025 gesanctioneerd met 7 dagen ATV omwille van ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ . De sanctie gaat in vanaf 13 september 2025 om 06u00 en loopt tot en met 20 september 2025 op 06u00.
De feiten in voorliggend dossier werd gepleegd op 13 augustus 2025 en vonden plaats tijdens de uitvoering van een eerdere ATV-sanctie (lopende van 26 juli 2025 tot en met 23 augustus 2025).
De klachtencommissie stelt vast dat klager verschillende tuchtsancties na elkaar opliep als gevolg van feiten gepleegd tijdens een lopende ATV-sanctie (supra tuchtregister opgenomen onder in 3.2.1.). Klager onderging de volgende opeenvolgende periodes een ATV-sanctie:
- 10 juli 2025 om 11u30 t.e.m. 24 juli 2025 om 11u30;
- 26 juli 2025 om 06u00 t.e.m. 23 augustus 2025 om 06u00;
- 25 augustus 2025 om 06u00 t.e.m. 8 september 2025 om 06u00;
- 9 september 2025 om 06u00 t.e.m. 13 september 2025 om 06u00;
- 13 september 2025 om 06u00 t.e.m. 20 september 2025 om 06u00 (de bestreden tuchtbeslissing).
De klachtencommissie stelt vast dat dit betekent dat klager tijdens de periode van 10 juli 2025 tot en met 20 september 2025 bijna ononderbroken onder ATV stond. Het gaat hier dus om een periode van 72 dagen die drie keer werd onderbroken gedurende 24 tot 48 uur.
In navolging van bovengenoemde rechtspraak, besluit de klachtencommissie dat ook met deze tuchtbeslissing artikel 142 van de Basiswet omzeild wordt door de ATV-sanctie op gekunstelde wijze met uitstel op te leggen. De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV is een onwettige verlenging van de eerder opgelegde ATV-sancties.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 20 augustus 2025. De klachtencommissie draagt de directie op om elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te verwijderen.
De klacht betreft de tuchtbeslissingen van 28 juli en 20 augustus 2025 van de directie van de gevangenis van Oudenaarde.
- De tuchtbeslissing van 28 juli 2025
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 14 dagen verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) voor verschillende inbreuken:
- ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ ,
- ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ ,
- ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’ , en
- ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ .
De sanctie gaat in op 25 augustus 2025 om 06u00 en loopt tot en met 8 september 2025 om 06u00.
De klachtencommissie meent dat de directie de feiten als bewezen kon beschouwen en aan klager kon toerekenen.
Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie is op zichzelf dus wettig en, gelet op de verschillende inbreuken, niet onredelijk of onbillijk.
De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing van 28 juli 2025 is bepaald dat de tuchtsanctie pas ingaat vanaf 25 augustus 2025 om 06u00 tot en met 8 september 2025 om 06u00. Uit het tuchtregister van klager blijkt dat hij op het moment van de feiten op 24 juli 2025 onder ATV stond door een eerdere tuchtbeslissing waarbij hij 14 dagen ATV opgelegd kreeg. De tuchtsanctie zou pas later beginnen lopen, aangezien klager eerst een andere ATV-sanctie van 28 dagen moest uitzitten, en dit van 26 juli om 06u00 t.e.m. 23 augustus 2025 om 06u00.
In navolging van de rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie, besluit de klachtencommissie dat artikel 142 van de Basiswet in voorliggend dossier wordt omzeild door de ATV-sanctie op gekunstelde wijze met uitstel op te leggen. Hierdoor is de opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV de facto een onwettige verlenging van de eerder opgelegde ATV-sancties.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 28 juli 2025 en draagt de directie op elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te verwijderen.
- De tuchtbeslissing van 20 augustus 2025
Klager werd bij tuchtbeslissing van 20 augustus 2025 gesanctioneerd met 7 dagen ATV omwille van ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ . De sanctie gaat in vanaf 13 september 2025 om 06u00 en loopt tot en met 20 september 2025 op 06u00.
De feiten in voorliggend dossier werd gepleegd op 13 augustus 2025 en vonden plaats tijdens de uitvoering van een eerdere ATV-sanctie (lopende van 26 juli 2025 tot en met 23 augustus 2025).
De klachtencommissie stelt vast dat klager verschillende tuchtsancties na elkaar opliep als gevolg van feiten gepleegd tijdens een lopende ATV-sanctie (supra tuchtregister opgenomen onder in 3.2.1.). Klager onderging de volgende opeenvolgende periodes een ATV-sanctie:
- 10 juli 2025 om 11u30 t.e.m. 24 juli 2025 om 11u30;
- 26 juli 2025 om 06u00 t.e.m. 23 augustus 2025 om 06u00;
- 25 augustus 2025 om 06u00 t.e.m. 8 september 2025 om 06u00;
- 9 september 2025 om 06u00 t.e.m. 13 september 2025 om 06u00;
- 13 september 2025 om 06u00 t.e.m. 20 september 2025 om 06u00 (de bestreden tuchtbeslissing).
De klachtencommissie stelt vast dat dit betekent dat klager tijdens de periode van 10 juli 2025 tot en met 20 september 2025 bijna ononderbroken onder ATV stond. Het gaat hier dus om een periode van 72 dagen die drie keer werd onderbroken gedurende 24 tot 48 uur.
In navolging van bovengenoemde rechtspraak, besluit de klachtencommissie dat ook met deze tuchtbeslissing artikel 142 van de Basiswet omzeild wordt door de ATV-sanctie op gekunstelde wijze met uitstel op te leggen. De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV is een onwettige verlenging van de eerder opgelegde ATV-sancties.
Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 20 augustus 2025. De klachtencommissie draagt de directie op om elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te verwijderen.