Ga verder naar de inhoud

KC25/25-0009

Non fondée KC - Oudenaarde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing.

Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voert klager aan dat hij aangevallen werd in zijn rug. Hierop heeft hij zijn medegedetineerde een duw gegeven, om hem van zich af te krijgen. Om zich te verdedigen heeft hij ook twee klappen uitgedeeld. Klager vraagt aan de directie wat hij anders moet doen op het moment dat hij wordt aangevallen. De cipiers kwamen namelijk pas na het gevecht op wandeling. De directie antwoordt hierop dat klager “moet weggaan” wanneer hij wordt aangevallen. Klager antwoordt hierop dat hij niet kon weggaan. Hij nodigt de directie uit om de camerabeelden te bekijken. De directie is hierop niet ingegaan. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.

Wettige zelfverdediging kan gelden als een schulduitsluitingsgrond wanneer het gebruikte geweld niet verder gaat dan strikt noodzakelijk om de onmiddellijke dreiging af te wenden. De klachtencommissie meent echter dat klager door zelf twee slagen uit te delen verder ging dan strikt noodzakelijk was om de aanval af te wenden en hiermee dus de grenzen van de zelfverdediging te buiten trad. De directie kon de feiten dan ook kwalificeren als tuchtinbreuk. Klager kreeg hiervoor een tuchtsanctie opgelegd van zeven dagen ATV. Dit valt binnen de wettelijke maximumsanctie. De sanctie is aldus wettelijk. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien niet onredelijk, gegeven de relatief geringe zwaarte van de sanctie.

De klacht is kennelijk ongegrond. De bestreden tuchtbeslissing blijft bestaan.