KC25/22-0012
Non fondée
Fondée
KC - Oudenaarde
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
Klager ontkent niet dat de pillen hem zijn. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting antwoordt klager op de vraag waar de medicatie vandaan komt: “dat is medicatie voor de zenuwen in mijn hand die afgestorven zijn maar die ik niet meer wil nemen omdat je er van bijkomt en slaperig wordt.” In zijn klacht geeft klager enkel aan dat hij de medicatie niet langer wil en ze al teruggegeven heeft aan de medische dienst. Echter heeft dit argument geen invloed op de vaststellingen dat klager ondertussen opnieuw medicatie had verzameld. Bovendien is het ook niet de eerste keer dat klager gesanctioneerd wordt voor het opsparen van medicatie. Hierdoor is hij al op de hoogte van de gang van zaken. De klacht tegen deze tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager kreeg een voorlopige maatregel waarbij de plaatsing op een beveiligde cel en de uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten werd opgelegd. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, voorlopige maatregelen opleggen. Interne veiligheid wordt gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”
Alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen moeten met redenen omkleed zijn. Deze formele motiveringsplicht verplicht de directie in de motivering de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op afdoende wijze. Uit de motivering kan de klachtencommissie niet afleiden of de interne veiligheid aangetast werd. Er wordt niet verduidelijkt uit wat de ordeverstoring precies bestond. De beslissing voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 145 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht met betrekking tot de voorlopige maatregel is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht.
In de tuchtbeslissing van 18/05/2022 werd deze periode niet in mindering gebracht. Klager werd op 17/05/2022 om 13u45 in de beveiligde cel geplaatst. De schriftelijke tuchtbeslissing werd genomen op 18/05/2022 om 16u15 en aan klager betekend om 16u40. Aldus heeft klager 1 dag, 2uur en 55 minuten in de beveiligde cel gezeten die in mindering moet worden gebracht van de week ATV.
Omdat de tuchtbeslissing van 18/05/2022 pas een aanvang kon nemen na afloop van de tuchtbeslissing van 17/05/2022 (3 dagen ATV, eindigend op 20/05/2022 om 10u30) maar de voorlopige maatregel net in deze periode werd uitgevoerd, diende de tuchtsanctie van 18/05/2022 te eindigen op 26/05/2022 om 7u35.
De klacht is gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de klachtencommissie de tuchtinbreuk bewezen acht maar de tuchtsanctie aanpast met als einddatum 26/05/2022 en met vermelding dat de voorlopige maatregel in mindering is gebracht.
Klager ontkent niet dat de pillen hem zijn. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting antwoordt klager op de vraag waar de medicatie vandaan komt: “dat is medicatie voor de zenuwen in mijn hand die afgestorven zijn maar die ik niet meer wil nemen omdat je er van bijkomt en slaperig wordt.” In zijn klacht geeft klager enkel aan dat hij de medicatie niet langer wil en ze al teruggegeven heeft aan de medische dienst. Echter heeft dit argument geen invloed op de vaststellingen dat klager ondertussen opnieuw medicatie had verzameld. Bovendien is het ook niet de eerste keer dat klager gesanctioneerd wordt voor het opsparen van medicatie. Hierdoor is hij al op de hoogte van de gang van zaken. De klacht tegen deze tuchtbeslissing is ongegrond.
Klager kreeg een voorlopige maatregel waarbij de plaatsing op een beveiligde cel en de uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten werd opgelegd. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, voorlopige maatregelen opleggen. Interne veiligheid wordt gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”
Alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen moeten met redenen omkleed zijn. Deze formele motiveringsplicht verplicht de directie in de motivering de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op afdoende wijze. Uit de motivering kan de klachtencommissie niet afleiden of de interne veiligheid aangetast werd. Er wordt niet verduidelijkt uit wat de ordeverstoring precies bestond. De beslissing voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 145 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht met betrekking tot de voorlopige maatregel is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht.
In de tuchtbeslissing van 18/05/2022 werd deze periode niet in mindering gebracht. Klager werd op 17/05/2022 om 13u45 in de beveiligde cel geplaatst. De schriftelijke tuchtbeslissing werd genomen op 18/05/2022 om 16u15 en aan klager betekend om 16u40. Aldus heeft klager 1 dag, 2uur en 55 minuten in de beveiligde cel gezeten die in mindering moet worden gebracht van de week ATV.
Omdat de tuchtbeslissing van 18/05/2022 pas een aanvang kon nemen na afloop van de tuchtbeslissing van 17/05/2022 (3 dagen ATV, eindigend op 20/05/2022 om 10u30) maar de voorlopige maatregel net in deze periode werd uitgevoerd, diende de tuchtsanctie van 18/05/2022 te eindigen op 26/05/2022 om 7u35.
De klacht is gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de klachtencommissie de tuchtinbreuk bewezen acht maar de tuchtsanctie aanpast met als einddatum 26/05/2022 en met vermelding dat de voorlopige maatregel in mindering is gebracht.