TUCHT - GEÏNTERNEERD - TOEREKENBAARHEID
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.
De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden.
De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat op de tuchtrechtelijke hoorzitting geen elementen werden vastgesteld die wijzen op een gebrek aan realiteitsbesef of oordeelsvermogen, niets zegt over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Het feit dat klager het relaas van de feiten op de tuchtrechtelijke hoorzitting tot in de details kan beschrijven, zegt niets over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Ook het gedrag van klager voorafgaand aan de inbreuk zegt niets over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de inbreuken aan klager dan ook niet afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikelen 144, §6 juncto 8 van de Basiswet. De klacht is om deze redenen gegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.
De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden.
De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat op de tuchtrechtelijke hoorzitting geen elementen werden vastgesteld die wijzen op een gebrek aan realiteitsbesef of oordeelsvermogen, niets zegt over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Het feit dat klager het relaas van de feiten op de tuchtrechtelijke hoorzitting tot in de details kan beschrijven, zegt niets over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Ook het gedrag van klager voorafgaand aan de inbreuk zegt niets over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de inbreuken aan klager dan ook niet afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikelen 144, §6 juncto 8 van de Basiswet. De klacht is om deze redenen gegrond.