KC21/26-0077
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 4 mei 2026 een tuchtsanctie van 3 dagen ATV voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij de douchekop heeft losgedraaid om zich af te spoelen. Omdat ze met 10 man tegelijk moesten douchen, was er onvoldoende waterdruk. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. Klager voert in zijn klacht aan dat de tuchtprocedure niet klopt en dat hij wil dat ze zijn verklaring grondig beluisteren. De klachtencommissie meent dat klager zijn verklaring uitvoerig werd genoteerd in het verslag van de tuchtzitting. De directie meent echter dat de reden die klager opgeeft klager niet vrijstelt van zich aan de regels te houden, aangezien er al meermaals werd gecommuniceerd dat de douchekoppen niet verwijderd mogen worden. Ze benadrukt dit ook ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 3 dagen ATV. De klachtencommissie besluit dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 4 mei 2026 een tuchtsanctie van 3 dagen ATV voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij de douchekop heeft losgedraaid om zich af te spoelen. Omdat ze met 10 man tegelijk moesten douchen, was er onvoldoende waterdruk. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. Klager voert in zijn klacht aan dat de tuchtprocedure niet klopt en dat hij wil dat ze zijn verklaring grondig beluisteren. De klachtencommissie meent dat klager zijn verklaring uitvoerig werd genoteerd in het verslag van de tuchtzitting. De directie meent echter dat de reden die klager opgeeft klager niet vrijstelt van zich aan de regels te houden, aangezien er al meermaals werd gecommuniceerd dat de douchekoppen niet verwijderd mogen worden. Ze benadrukt dit ook ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 3 dagen ATV. De klachtencommissie besluit dat deze sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.