KC21/26-0075
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERD - TOEREKENBAARHEID
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 17/04/2026 van de directie van de gevangenis van Merksplas.
De klachtencommissie heeft van het tuchtdossier kennisgenomen. Klager werd op 17/04/2026 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de tuchtinbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”, “de ontsnapping of deelname aan ontsnapping” en de tuchtinbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in vier rapporten aan de directeur.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de rapporten zeer duidelijk en gedetailleerd werden opgesteld en in chronologische volgorde uiteenzetten hoe de feiten zijn verlopen. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de rapporten geen correcte weergave van de feiten zou zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie voor de beoordeling van de toerekenbaarheid van de tuchtrechtelijke inbreuken aan klager verwijst naar de rapporten en naar het gegeven dat klager bewust was van het feit dat hij ongeoorloofde handelingen stelde. Er zijn geen elementen van psychisch instabiel gedrag die de toerekenbaarheid in vraag stellen. De klachtencommissie is van oordeel dat de RAD’s voldoende elementen bevatten die toelaten een correct beeld van de geestesgesteldheid van klager op het moment van de feiten te vormen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikelen 144, §6 juncto 8 van de Basiswet.
De feiten vormen o.a. een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 9 dagen strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 6 dagen strafcel heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 17/04/2026 van de directie van de gevangenis van Merksplas.
De klachtencommissie heeft van het tuchtdossier kennisgenomen. Klager werd op 17/04/2026 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de tuchtinbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee”, “de ontsnapping of deelname aan ontsnapping” en de tuchtinbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in vier rapporten aan de directeur.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de rapporten zeer duidelijk en gedetailleerd werden opgesteld en in chronologische volgorde uiteenzetten hoe de feiten zijn verlopen. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de rapporten geen correcte weergave van de feiten zou zijn. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie acht de kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie voor de beoordeling van de toerekenbaarheid van de tuchtrechtelijke inbreuken aan klager verwijst naar de rapporten en naar het gegeven dat klager bewust was van het feit dat hij ongeoorloofde handelingen stelde. Er zijn geen elementen van psychisch instabiel gedrag die de toerekenbaarheid in vraag stellen. De klachtencommissie is van oordeel dat de RAD’s voldoende elementen bevatten die toelaten een correct beeld van de geestesgesteldheid van klager op het moment van de feiten te vormen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikelen 144, §6 juncto 8 van de Basiswet.
De feiten vormen o.a. een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 9 dagen strafcel. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 6 dagen strafcel heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0317