KC21/26-0042
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - MEDISCH
De klacht handelt over het gegeven dat klager een nacht in de veiligheidscel moest doorbrengen. Volgens de directie was de onderbrenging in de beveiligde cel géén beslissing van de directeur maar een beslissing om klager conform zijn handelingsplan in time-out te plaatsen, gecombineerd met het feit dat de time-out afliep na 20u waardoor er die dag geen inschatting meer kon gebeuren vanuit het zorgteam. Dit leidde bijgevolg tot een overnachting in de beveiligde cel. De beslissing zou volgens de directie niet vatbaar zijn voor beklag.
De klachtencommissie stelt vast dat een onderbrenging in de beveiligde cel volgens de Basiswet enkel aan de directeur toekomt. Dergelijke onderbrenging in de beveiligde cel kan immers enkel gebeuren op een tijdelijke en gemotiveerde wijze, via het opleggen van een voorlopige maatregel (artikel 145 §1 Basiswet) of een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 112, §1, 2° Basiswet) dewelke in de Basiswet omkaderd worden met een aantal wettelijke waarborgen. De Basiswet voorziet géén mogelijkheid tot onderbrenging in de beveiligde cel door een psychiater of psychiatrische verpleegkundige. Deze praktijk is bijgevolg manifest onwettig.
Volgens de klachtencommissie kan de onderbrenging in de beveiligde cel uiteraard op vraag of aansturen van de psychiater of de psychiatrisch verpleegkundige. De klachtencommissie meent dan ook dat het in werking treden van het handelingsplan van klager in het voorliggend dossier hand in hand kon gaan met het systeem van formele beslissingen te nemen door de directeur zoals voorzien door de Basiswet. Er waren volgens de klachtencommissie met name elementen voorhanden die het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 110 e.v. Basiswet) ten aanzien van klager konden verantwoorden. Klager had dan ook op basis van deze grondslag in de beveiligde cel kunnen ondergebracht worden.
In het voorliggend dossier was er geen sprake van een voorlopige maatregel of bijzondere veiligheidsmaatregel die ten grondslag lag aan de onderbrenging in de beveiligde cel. De beslissing werd dan ook genomen zonder wettelijke grondslag, door iemand die hiervoor niet bevoegd is en dit zonder dat klager er een schriftelijke beslissing van ontving. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
De klacht handelt over het gegeven dat klager een nacht in de veiligheidscel moest doorbrengen. Volgens de directie was de onderbrenging in de beveiligde cel géén beslissing van de directeur maar een beslissing om klager conform zijn handelingsplan in time-out te plaatsen, gecombineerd met het feit dat de time-out afliep na 20u waardoor er die dag geen inschatting meer kon gebeuren vanuit het zorgteam. Dit leidde bijgevolg tot een overnachting in de beveiligde cel. De beslissing zou volgens de directie niet vatbaar zijn voor beklag.
De klachtencommissie stelt vast dat een onderbrenging in de beveiligde cel volgens de Basiswet enkel aan de directeur toekomt. Dergelijke onderbrenging in de beveiligde cel kan immers enkel gebeuren op een tijdelijke en gemotiveerde wijze, via het opleggen van een voorlopige maatregel (artikel 145 §1 Basiswet) of een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 112, §1, 2° Basiswet) dewelke in de Basiswet omkaderd worden met een aantal wettelijke waarborgen. De Basiswet voorziet géén mogelijkheid tot onderbrenging in de beveiligde cel door een psychiater of psychiatrische verpleegkundige. Deze praktijk is bijgevolg manifest onwettig.
Volgens de klachtencommissie kan de onderbrenging in de beveiligde cel uiteraard op vraag of aansturen van de psychiater of de psychiatrisch verpleegkundige. De klachtencommissie meent dan ook dat het in werking treden van het handelingsplan van klager in het voorliggend dossier hand in hand kon gaan met het systeem van formele beslissingen te nemen door de directeur zoals voorzien door de Basiswet. Er waren volgens de klachtencommissie met name elementen voorhanden die het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 110 e.v. Basiswet) ten aanzien van klager konden verantwoorden. Klager had dan ook op basis van deze grondslag in de beveiligde cel kunnen ondergebracht worden.
In het voorliggend dossier was er geen sprake van een voorlopige maatregel of bijzondere veiligheidsmaatregel die ten grondslag lag aan de onderbrenging in de beveiligde cel. De beslissing werd dan ook genomen zonder wettelijke grondslag, door iemand die hiervoor niet bevoegd is en dit zonder dat klager er een schriftelijke beslissing van ontving. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.