Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0007

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID

Klager dient klacht in tegen een ontslagbeslissing. Klager stelt in zijn klacht enkel dat hij zijn best doet. Hij licht dit niet nader toe. Aangezien klager nalaat te specifiëren welke elementen uit de beslissing volgens hem niet kloppen, heeft de klachtencommissie geen reden om te twijfelen aan de waarachtigheid van hetgeen de directie aanhaalt. Deze elementen vinden immers steun in het meldingsverslag van 6 januari 2026 dat verwijst naar de observatiefiche. De directie motiveerde omstandig waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Deze motivering stelt klager voldoende in staat om de reden van zijn ontslag te begrijpen en voldoet dan ook aan artikel 8 Basiswet. Enkel het element dat klager minder zou produceren dan de gemiddelde medewerker vindt geen steun in het meldingsverslag. De klachtencommissie meent dan ook dat deze zinsnede geschrapt dient te worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ontslagbeslissing gedeeltelijk (artikel 158, §3, 3° Basiswet). De volgende zin uit de motivering dient geschrapt te worden: “Betrokkene haalt ook veel minder productie dan de gemiddelde medewerker.” Voor het overige blijft de ontslagbeslissing overeind.

Klager beklaagt zich ook over een vermeend verzuim in hoofde van de directie om hem nieuw werk toe te wijzen. Klager diende zijn klacht in op 9 januari 2026, dezelfde dag als die waarop de ontslagbeslissing werd genomen. De klachtencommissie leest voorts in het verweer van de directie dat klager wel degelijk op de wachtlijst voor de werkhuizen werd geplaatst, doch dat de wachtlijst lang is. Gelet op de schaarste aan gevangenisarbeid, de lange wachtlijst en het gegeven dat klager tot op de dag van zijn klacht al tewerkgesteld was, meent de klachtencommissie niet dat er op het ogenblik van indiening van de klacht sprake was van een verzuim in hoofde van de directie om klager binnen een redelijke termijn nieuw werk toe te wijzen. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.