TUCHT - TOEREKENBAARHEID
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager niet dat hij alcohol heeft proberen stoken, en stelt hij zelf dat het om de eerste keer ging en hij zich creatief wou bezighouden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
Klager merkt in zijn klacht op dat hij als geïnterneerde een psychiater had moeten zien alvorens zijn tucht had kunnen worden opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de overige toepasselijke wetgeving dit voorschrijft.
De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in de tuchtbeslissing als volgt verwijst naar het ogenblik van de feiten:
“Overwegende dat betrokkene op het ogenblik van de feiten goed moet beseft hebben dat alcohol stoken verboden is omdat hij de fles had weggestopt achter de ijskast uit het zicht.” (eigen onderstreping)
De klachtencommissie stelt echter vast dat deze motivering haaks staat op de vaststellingen neergeschreven in het RAD. De opsteller van het RAD stelt immers expliciet het volgende:
“Tijdens dit gesprek merkten we dat hij opvallend lang nodig had om te antwoorden. Wij informeerden hem dat hiervoor een rapport zou worden opgemaakt. Betrokkene reageerde daarop door te vragen waarom hij hiervoor een rapport zou krijgen. Hij leek niet te begrijpen waarom dit niet toegestaan was en gaf aan dat hij hiervoor ‘toch niets zou krijgen’.” (eigen onderstreping)
Uit deze vaststellingen blijkt volgens de klachtencommissie duidelijk dat klager niet begreep waarom zijn gedrag niet toegestaan was. Klager stelt dit expliciet en geeft zelf aan dat hij toch niets voor dit gedrag zou kunnen krijgen. Het loutere feit dat klager de drank achter de ijskast heeft gezet, is onvoldoende om de gemoedstoestand van klager op het ogenblik van de feiten te kunnen beoordelen. De klachtencommissie kan de motivering van de directie, gelet op de tegenstrijdigheid ervan met het RAD, geenszins volgen. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en beveelt de schrapping ervan uit het tuchtregister.
Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager niet dat hij alcohol heeft proberen stoken, en stelt hij zelf dat het om de eerste keer ging en hij zich creatief wou bezighouden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
Klager merkt in zijn klacht op dat hij als geïnterneerde een psychiater had moeten zien alvorens zijn tucht had kunnen worden opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de overige toepasselijke wetgeving dit voorschrijft.
De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in de tuchtbeslissing als volgt verwijst naar het ogenblik van de feiten:
“Overwegende dat betrokkene op het ogenblik van de feiten goed moet beseft hebben dat alcohol stoken verboden is omdat hij de fles had weggestopt achter de ijskast uit het zicht.” (eigen onderstreping)
De klachtencommissie stelt echter vast dat deze motivering haaks staat op de vaststellingen neergeschreven in het RAD. De opsteller van het RAD stelt immers expliciet het volgende:
“Tijdens dit gesprek merkten we dat hij opvallend lang nodig had om te antwoorden. Wij informeerden hem dat hiervoor een rapport zou worden opgemaakt. Betrokkene reageerde daarop door te vragen waarom hij hiervoor een rapport zou krijgen. Hij leek niet te begrijpen waarom dit niet toegestaan was en gaf aan dat hij hiervoor ‘toch niets zou krijgen’.” (eigen onderstreping)
Uit deze vaststellingen blijkt volgens de klachtencommissie duidelijk dat klager niet begreep waarom zijn gedrag niet toegestaan was. Klager stelt dit expliciet en geeft zelf aan dat hij toch niets voor dit gedrag zou kunnen krijgen. Het loutere feit dat klager de drank achter de ijskast heeft gezet, is onvoldoende om de gemoedstoestand van klager op het ogenblik van de feiten te kunnen beoordelen. De klachtencommissie kan de motivering van de directie, gelet op de tegenstrijdigheid ervan met het RAD, geenszins volgen. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en beveelt de schrapping ervan uit het tuchtregister.