Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0217

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op het RAD van 15 november 2025. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij uit de cel kwam. Hij betwist echter op de deur te hebben gebonkt en stelt dat dit zijn celgenoten waren. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het gegeven dat klager tijdens de hoorzitting helder communiceert: hij kan op een duidelijke manier zijn versie vertellen, beweert dat het RAD verkeerdelijk werd opgesteld en kan op een heldere manier verwijzen naar het RAD en de feiten. De directie leidt hieruit af dat hij wel degelijk in staat is te reflecteren over zijn daden. Klager is zich bewust van de voorgeschreven regels en verklaart dat ze bewust de adjudant hebben gevraagd omdat het shiftwissel was en de late ploeg niet op de hoogte was van de situatie. Hieruit leidt de directie af dat hij bewust handelde op het moment van de feiten. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager of zijn manier van communiceren op het moment van de tuchtzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dat klager zich bewust zou zijn van de voorgeschreven regels (hetgeen de klachtencommissie noch uit het RAD, noch uit het verslag van de tuchtzitting kan afleiden) betekent bovendien nog niet dat hij zijn gedrag voldoende onder controle heeft om er zich ook aan te houden. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet dan ook niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.

- De nog lopende ATV-sanctie dient onmiddellijk te worden stopgezet.

- Aangezien het gegeven dat klager niet mocht werken een rechtstreeks gevolg was van zijn ATV-sanctie (artikel 140, §2 Basiswet), impliceert de stopzetting van de ATV dat klager het werk mag hervatten.

- De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager aangaf deze via andere kanalen te zullen bekomen.