Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0160

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 27 augustus 2025. Hierin wordt beschreven hoe klager, wanneer hij door de metaaldetectieportiek gaat, een signaal geeft rond zijn middel. Wanneer de PA van dienst vraagt wat hij verbergt, zegt klager dat hij een USB-stick heeft ingeslikt. Ter tuchtzitting kwam klager terug op zijn bekentenis en zei hierover dat hij dit verklaarde om er vanaf te zijn, omdat hij zo vaak (naar eigen zeggen: twee keer) door de detectie moest. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de verklaring van klager ter tuchtzitting ongeloofwaardig vond en alleen geloof hechtte aan de initiële verklaring van klager. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het RAD.

De tuchtbeslissing is onduidelijk wat betreft de kwalificatie van de feiten.
- Volgens de aankruising werd klager gesanctioneerd voor het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet).
- Blijkens de motivering werden de feiten echter gekwalificeerd als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet).
De kwalificatie als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) betreft een loutere aankruising die volgens de klachtencommissie wellicht op een onnauwkeurigheid berust, nu er in de motivering niet op teruggekomen wordt. Deze aankruising dient vervangen te worden door de aankruising van het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Deze tweede kwalificatie is correct en werd afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging voor wat betreft de aankruising van de inbreuk van art. 129, 9° Basiswet en bepaalt dat in de plaats daarvan de inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet dient aangekruist te worden. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de motivering en de opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV.