KC21/25-0061
Fondée
Compensation
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING - GEÏNTERNEERDE - TEGEMOETKOMING
De klacht is gericht tegen twee tuchtbeslissingen. In de eerste plaats werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het spugen naar een beambte. Klager heeft hiervoor een tuchtsanctie gekregen van twintig dagen ATV, waarvan tien dagen effectief en tien dagen voorwaardelijk. Daarnaast werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij had gebeld tijdens zijn ATV. Klager heeft hiervoor een volledig telefoonverbod gekregen.
Wat betreft de eerste tuchtbeslissing is er een schending van de motiveringsplicht op vlak van de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van klager. Ten aanzien van klager werd een interneringsmaatregel uitgesproken. Er moet bijgevolg worden nagegaan of klager over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte op het moment van de feiten en of hij er bewust voor gekozen heeft om de feiten te stellen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Meer nog, de directie kon zich daar niet over uitspreken aangezien de feiten zich afspeelden in een andere gevangenis. De klachtencommissie besluit dat de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende werd gemotiveerd. De klacht is gegrond.
Wat betreft de tweede tuchtbeslissing heeft de directie het verweer en de dossierstukken nooit bezorgd. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vernietigt beide tuchtbeslissingen en kent aan klager een tegemoetkoming van 120 minuten aan belwaarde toe.
De klacht is gericht tegen twee tuchtbeslissingen. In de eerste plaats werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het spugen naar een beambte. Klager heeft hiervoor een tuchtsanctie gekregen van twintig dagen ATV, waarvan tien dagen effectief en tien dagen voorwaardelijk. Daarnaast werd klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij had gebeld tijdens zijn ATV. Klager heeft hiervoor een volledig telefoonverbod gekregen.
Wat betreft de eerste tuchtbeslissing is er een schending van de motiveringsplicht op vlak van de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van klager. Ten aanzien van klager werd een interneringsmaatregel uitgesproken. Er moet bijgevolg worden nagegaan of klager over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte op het moment van de feiten en of hij er bewust voor gekozen heeft om de feiten te stellen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Meer nog, de directie kon zich daar niet over uitspreken aangezien de feiten zich afspeelden in een andere gevangenis. De klachtencommissie besluit dat de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende werd gemotiveerd. De klacht is gegrond.
Wat betreft de tweede tuchtbeslissing heeft de directie het verweer en de dossierstukken nooit bezorgd. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vernietigt beide tuchtbeslissingen en kent aan klager een tegemoetkoming van 120 minuten aan belwaarde toe.