Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0044

Non fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Autre décision directeur
CELMUTATIE - GEÏNTERNEERDE - ART. 3 EVRM

De klacht is gericht tegen de celmutatie van klager, een beslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.

Klager gaat niet akkoord met de celmutatie omdat de nieuwe cel smerig zou zijn (volgens zijn raadsman maakt dit nog een verregaandere schending uit van de detentieomstandigheden, hetgeen een schending zou zijn van artikel 3 en 5.1 EVRM) en omdat hij van een open regime naar een gesloten regime zou verhuisd zijn.

In casu blijkt dat klager thans weliswaar minder open deur-momenten heeft dan in zijn vorige cel omdat hij destijds verbleef in de fatiekenkamer op C1. Omwille van zijn functie van fatik, bleef deze kamer gedurende de dag grotendeels open. Deze relatieve inperking van vrijheden is niet onwettig. Bovendien verblijft klager thans op een zorgafdeling hetgeen hem gelet op zijn internering net ten goede komt.

De raadsman van klager stelt dat de nieuwe cel smerig zou zijn en verklaart dat één en ander eveneens een schending is van artikel 3 en artikel 5.1 EVRM. Hij laat echter na om te specificeren in welke zin de staat van de cel dusdanig een schending uitmaakt van artikel 3 en 5.1 EVRM.

Om deze redenen is de klacht ongegrond. De beslissing tot celmutatie blijft bestaan