KC21/25-0004
Non fondée
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - BEVEILIGDE CEL - RECHT OP BIJSTAND
De klacht betreft een voorlopige maatregel van 30/12/2024 en een tuchtbeslissing van 03/01/25 van de directie van de gevangenis van Merksplas.
Wat betreft de klacht m.b.t. de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd gelet op de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “plaatsing op een beveiligde cel”. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van het RAD van 30/12/2024 kon oordelen dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De klacht m.b.t. de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
De klachtencommissie stelt vast dat ondanks de gevraagde bijstand van zijn eigen advocaat, deze niet aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hoewel uit het administratief dossier lijkt dat de directie de opgegeven raadsman behoorlijk en tijdig heeft opgeroepen, dient de directie zich te verzekeren van het feit dat een gedetineerde ondubbelzinnig afstand doet van zijn fundamenteel bijstandsrecht.
Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, besluit de klachtencommissie dat klager absoluut geen afstand deed van zijn recht op bijstand aangezien hij verklaarde niet te willen praten zonder de aanwezigheid van zijn eigen advocaat en derhalve om een uitstel vroeg. Een kort uitstel van de zitting was dus wel mogelijk en aangewezen. De klachtencommissie besluit dat het recht van verdediging van klager werd geschonden, doordat hem een tuchtsanctie werd opgelegd zonder dat hij bij zijn verdediging door zijn advocaat werd bijgestaan. Alleen al om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht betreft een voorlopige maatregel van 30/12/2024 en een tuchtbeslissing van 03/01/25 van de directie van de gevangenis van Merksplas.
Wat betreft de klacht m.b.t. de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd gelet op de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “plaatsing op een beveiligde cel”. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van het RAD van 30/12/2024 kon oordelen dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De klacht m.b.t. de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
De klachtencommissie stelt vast dat ondanks de gevraagde bijstand van zijn eigen advocaat, deze niet aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hoewel uit het administratief dossier lijkt dat de directie de opgegeven raadsman behoorlijk en tijdig heeft opgeroepen, dient de directie zich te verzekeren van het feit dat een gedetineerde ondubbelzinnig afstand doet van zijn fundamenteel bijstandsrecht.
Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, besluit de klachtencommissie dat klager absoluut geen afstand deed van zijn recht op bijstand aangezien hij verklaarde niet te willen praten zonder de aanwezigheid van zijn eigen advocaat en derhalve om een uitstel vroeg. Een kort uitstel van de zitting was dus wel mogelijk en aangewezen. De klachtencommissie besluit dat het recht van verdediging van klager werd geschonden, doordat hem een tuchtsanctie werd opgelegd zonder dat hij bij zijn verdediging door zijn advocaat werd bijgestaan. Alleen al om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.