Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0135

Irrecevable KC - Merksplas Commission des plaintes Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN - DERDEN

Klager beklaagt zich over het niet-beantwoorden van twee rapportbriefjes door de directie. Klager stelt dat hij deze briefjes onbeantwoord terugkreeg.

De klachtencommissie herinnert eraan dat het loutere niet-antwoorden op een rapportbriefje niet automatisch een verzuim tot het nemen van een beslissing uitmaakt. Of er sprake is van een verzuim in de zin van artikel 148 Basiswet hangt eerst en vooral af van het voorwerp van het rapportbriefje. Daarnaast is ook de termijn die verstreek sinds het rapportbriefje werd ingediend van belang.

Voor wat betreft het eerste schrijven van klager stelt de klachtencommissie vast dat dit dateert van 8 oktober 2024. Klager diende zijn klacht tegen het vermeende verzuim reeds diezelfde dag in. De klachtencommissie acht het op basis van de extra informatie van de directie twijfelachtig of zij dit briefje daadwerkelijk onder ogen kreeg. Zelfs indien dit het geval was, meent de klachtencommissie dat er op het ogenblik van de indiening van de klacht nog geen sprake was van een verzuim om een beslissing te nemen binnen een redelijke termijn, nu de indiening van de klacht op dezelfde dag plaatsvond als de vraagstelling.

De klachtencommissie stelt vast dat klager in zijn tweede schrijven de directie verzocht om bepaalde camerabeelden te bekijken. Hij beklaagde zich over het gedrag van een beambte ten aanzien van een medegedetineerde. Klager stelde volgens de klachtencommissie geen vraag die moest leiden tot een concrete beslissing van de directeur ten aanzien van hemzelf, zodat er ook voor dit schrijven niet kan besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet.

De klacht is niet-ontvankelijk.