KC21/24-0102
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID
Klager was tewerkgesteld bij “Korven”. Hij beklaagt zich over het gegeven dat hij voor lange tijd op technische werkloosheid (TW) werd geplaatst.
De beslissing om iemand TW te zetten wordt genomen door de werkhuisverantwoordelijke. Wanneer er weinig werk wordt aangeleverd door de externe partner, kunnen niet alle gedetineerden ingezet worden. Hoeveel gedetineerden worden ingezet en wie dat dan is, is afhankelijk van het beschikbare werk en de geschiktheid voor dit werk. Aangezien de verdeling van de arbeid inherent deel uitmaakt van het organiseren van de arbeid waarvoor de directie verantwoordelijk is en dit in de praktijk wordt gedaan door een personeelslid dat deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en waarvoor de directie verantwoordelijkheid draagt, moeten diens beslissingen omtrent TW volgens de klachtencommissie dan ook gekwalificeerd worden als een beslissing namens de directeur. De klachtencommissie merkt op dat zij enkel over onvolledige informatie beschikt. Zo weet zij met name niet met zekerheid vanaf wanneer klager (voor het eerst) op TW werd gezet, noch gedurende welke periode dit het geval was op het ogenblik van indiening van zijn klacht (eerste schrijven). De klachtencommissie stelt enkel vast dat klager zijn klacht drie weken later nog aanvulde (tweede schrijven). Op dat moment was er volgens hem sprake van “bijna twee maanden TW”. Aangezien de beslissing omtrent TW in feite van dag tot dag wordt genomen (en dus in zekere zin wordt ‘hernieuwd’ als het om een langere periode gaat) en het daarom om een soort van ‘voortdurende toestand’ gaat waarvan de (on)redelijkheid kan toenemen met het toenemen van de duurtijd, meent de klachtencommissie dat de klacht beschouwd dient te worden als zijnde tijdig ingediend, ook al is het in het voorliggend dossier onduidelijk wanneer de aanvankelijke beslissing tot TW werd genomen. De klacht is ontvankelijk.
Noch in de Basiswet, noch in andere penitentiaire regelgeving worden er nadere regels bepaald omtrent technische werkloosheid. Volgens de klachtencommissie spitst de beoordeling van de beslissing zich dan ook toe op de redelijkheid ervan. De klachtencommissie besluit dat er in het voorliggend dossier géén sprake is van een onredelijke beslissing namens de directeur op basis van de volgende elementen:
- Klager werd niet voor de volledige periode van “bijna 2 maanden” op TW gezet. Er waren volgens de informatie van de directie weken dat hij wél werd opgeroepen en dus dagen dat hij wél heeft gewerkt (ook al blijft het onduidelijk over hoeveel dagen het gaat).
- De bewering van klager dat er tijdens zijn TW alsnog twee nieuwe werkers werden aangeworven bij Korven blijkt manifest onwaar te zijn.
- Er zijn aanwijzingen dat klager niet optimaal functioneerde bij Korven (hij verstoorde de werking en werd intussen ook ontslagen). Dit element heeft wellicht meegespeeld in de keuze om hem wél (en andere werkers niet) op TW te zetten.
- Klager bleef in tussentijd opgenomen op andere wachtlijsten (waar hij ook mee naar boven schoof). Het is dus volgens de klachtencommissie niet zo dat men hem geen enkel werk wilde toekennen of, zoals hij zelf in zijn klacht voorhoudt, opzettelijk wilde tegenwerken.
De klacht is ongegrond.
Klager was tewerkgesteld bij “Korven”. Hij beklaagt zich over het gegeven dat hij voor lange tijd op technische werkloosheid (TW) werd geplaatst.
De beslissing om iemand TW te zetten wordt genomen door de werkhuisverantwoordelijke. Wanneer er weinig werk wordt aangeleverd door de externe partner, kunnen niet alle gedetineerden ingezet worden. Hoeveel gedetineerden worden ingezet en wie dat dan is, is afhankelijk van het beschikbare werk en de geschiktheid voor dit werk. Aangezien de verdeling van de arbeid inherent deel uitmaakt van het organiseren van de arbeid waarvoor de directie verantwoordelijk is en dit in de praktijk wordt gedaan door een personeelslid dat deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en waarvoor de directie verantwoordelijkheid draagt, moeten diens beslissingen omtrent TW volgens de klachtencommissie dan ook gekwalificeerd worden als een beslissing namens de directeur. De klachtencommissie merkt op dat zij enkel over onvolledige informatie beschikt. Zo weet zij met name niet met zekerheid vanaf wanneer klager (voor het eerst) op TW werd gezet, noch gedurende welke periode dit het geval was op het ogenblik van indiening van zijn klacht (eerste schrijven). De klachtencommissie stelt enkel vast dat klager zijn klacht drie weken later nog aanvulde (tweede schrijven). Op dat moment was er volgens hem sprake van “bijna twee maanden TW”. Aangezien de beslissing omtrent TW in feite van dag tot dag wordt genomen (en dus in zekere zin wordt ‘hernieuwd’ als het om een langere periode gaat) en het daarom om een soort van ‘voortdurende toestand’ gaat waarvan de (on)redelijkheid kan toenemen met het toenemen van de duurtijd, meent de klachtencommissie dat de klacht beschouwd dient te worden als zijnde tijdig ingediend, ook al is het in het voorliggend dossier onduidelijk wanneer de aanvankelijke beslissing tot TW werd genomen. De klacht is ontvankelijk.
Noch in de Basiswet, noch in andere penitentiaire regelgeving worden er nadere regels bepaald omtrent technische werkloosheid. Volgens de klachtencommissie spitst de beoordeling van de beslissing zich dan ook toe op de redelijkheid ervan. De klachtencommissie besluit dat er in het voorliggend dossier géén sprake is van een onredelijke beslissing namens de directeur op basis van de volgende elementen:
- Klager werd niet voor de volledige periode van “bijna 2 maanden” op TW gezet. Er waren volgens de informatie van de directie weken dat hij wél werd opgeroepen en dus dagen dat hij wél heeft gewerkt (ook al blijft het onduidelijk over hoeveel dagen het gaat).
- De bewering van klager dat er tijdens zijn TW alsnog twee nieuwe werkers werden aangeworven bij Korven blijkt manifest onwaar te zijn.
- Er zijn aanwijzingen dat klager niet optimaal functioneerde bij Korven (hij verstoorde de werking en werd intussen ook ontslagen). Dit element heeft wellicht meegespeeld in de keuze om hem wél (en andere werkers niet) op TW te zetten.
- Klager bleef in tussentijd opgenomen op andere wachtlijsten (waar hij ook mee naar boven schoof). Het is dus volgens de klachtencommissie niet zo dat men hem geen enkel werk wilde toekennen of, zoals hij zelf in zijn klacht voorhoudt, opzettelijk wilde tegenwerken.
De klacht is ongegrond.