Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0089

Non fondée Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure d'ordre
INTERNE RECHTSPOSITIE - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De sluiting van de toiletten betreft een nieuwe regeling voor het werkhuis die door de directie werd uitgevaardigd. De beambte kan de gedetineerde bij uitzondering toestaan toch gebruik te maken van het toilet. De gevallen waarin dit kan worden toegestaan worden niet nader bepaald. De klachtencommissie meent in elk geval dat het toestaan of weigeren van het ‘uitzonderlijk’ openen van de toiletten een beslissing namens de directeur betreft. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie brengt een aantal relevante bepalingen in herinnering die raken aan het voorwerp van het voorliggend dossier.
- Niemand mag worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandelingen (artikel 3 EVRM).
- De vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen, die het behoud of de groei van het zelfrespect van de gedetineerde mogelijk maken en die hem aanspreken op zijn individuele en sociale verantwoordelijkheid (artikel 5, §1 Basiswet).
- De tewerkstelling van de gedetineerde in de gevangenis geschiedt in omstandigheden die, voorzover de aard van de detentie zich daartegen niet verzet, zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke in de vrije samenleving identieke activiteiten kenmerken (artikel 83, §1 Basiswet).
- De werknemers moeten zich vrij naar de toiletten kunnen begeven (artikel III.1-56. Codex over het welzijn op het werk).

De klachtencommissie meent dat uit het samenlezen van de bovenstaande bepalingen voortvloeit dat het voor een gedetineerde (werker van het werkhuis) mogelijk moet zijn om op elk moment vrije toegang te hebben tot het toilet, zonder dat hij zich hiervoor tot de beambte zou moeten wenden om een ‘uitzondering’ te bekomen, hetgeen onvermijdelijk aanleiding geeft tot willekeur. De klachtencommissie acht de regeling ten gevolge waarvan de toiletten in het werkhuis op bepaalde uren gesloten blijven op zichzelf in strijd met in de gevangenis geldende wettelijke voorschriften en bindende bepalingen van een in België geldend verdrag (artikel 158, §2, 1° Basiswet).

In het voorliggend dossier weigerde de beambte de toiletten (die al op onwettige basis gesloten waren) op vraag van klager te openen. De directie bracht op dit punt geen verweer aan, zodat de klachtencommissie meent dat hetgeen klager aanvoert, met de werkelijkheid strookt. Gelet op het bovenstaande was volgens de klachtencommissie ook die beslissing van de beambte namens de directeur onwettig. De klacht is gegrond.