KC21/24-0069
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
STEUNFONDS - REKENINGEN
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen sociale steun krijgt. Hij meent recht te hebben op 15 EUR per week, evenals tabak. De directie stelt in haar aanvullende informatie dat ze, behoudens de algemene bepaling in het huishoudelijk reglement, geen andere documenten kan voorleggen waarin algemene regels voor de toekenning van de sociale steun binnen de PI Merksplas bepaald zijn. In haar schriftelijk verweer haalde de directie dan weer wel twee voorwaarden aan waarbij de directeur beslist dat iemand sociale kantine mag ontvangen:
1) hij is door de dokter arbeidsongeschikt verklaard en kan dus onmogelijk werken in de inrichting EN
2) hij heeft geen financiële ondersteuning van buitenaf.
De directie beargumenteert dat klager arbeidsgeschikt is, en dus niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet. Om die reden meent ze klager geen sociale steun te moeten toekennen. De klachtencommissie meent dat de oorsprong van de twee voorwaarden gelegen is in de ministeriële omzendbrief nr. 1812, die één welbepaalde situatie voorschrijft waarin het steunfonds in elk geval dient tussen te komen. De klachtencommissie meent niet dat dit de enige situatie is waarin iemand in aanmerking kan komen voor sociale steun. De enige leidraad die van toepassing is, is die van het huishoudelijk reglement van de PI Merksplas (p. 14), dat bepaalt dat men “in uitzonderlijke omstandigheden” sociale kantine kan ontvangen. Deze omstandigheden kunnen van verschillende aard zijn. De beslissing die de directie hieromtrent neemt dient getoetst te worden op redelijkheid.
Klager voert aan dat hij weliswaar arbeidsgeschikt is, doch al sinds het begin vraagt om tewerkgesteld te worden in de werkhuizen. Hij staat echter op de 99ste plaats op de wachtlijst. De klachtencommissie acht het dan ook onredelijk dat klager zijn vraag tot sociale steun, louter omwille van het feit dat hij arbeidsgeschikt is, maar daarbij voorbijgaand aan het gegeven dat dit voor hem op korte termijn niet betekent dat hij ook een bron van inkomsten heeft, zonder meer negatief werd beantwoord. De klachtencommissie acht de weigeringsbeslissing, voor zover louter gebaseerd op de arbeidsgeschiktheid van klager, dan ook onredelijk. De klacht is gegrond. De directie moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen sociale steun krijgt. Hij meent recht te hebben op 15 EUR per week, evenals tabak. De directie stelt in haar aanvullende informatie dat ze, behoudens de algemene bepaling in het huishoudelijk reglement, geen andere documenten kan voorleggen waarin algemene regels voor de toekenning van de sociale steun binnen de PI Merksplas bepaald zijn. In haar schriftelijk verweer haalde de directie dan weer wel twee voorwaarden aan waarbij de directeur beslist dat iemand sociale kantine mag ontvangen:
1) hij is door de dokter arbeidsongeschikt verklaard en kan dus onmogelijk werken in de inrichting EN
2) hij heeft geen financiële ondersteuning van buitenaf.
De directie beargumenteert dat klager arbeidsgeschikt is, en dus niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet. Om die reden meent ze klager geen sociale steun te moeten toekennen. De klachtencommissie meent dat de oorsprong van de twee voorwaarden gelegen is in de ministeriële omzendbrief nr. 1812, die één welbepaalde situatie voorschrijft waarin het steunfonds in elk geval dient tussen te komen. De klachtencommissie meent niet dat dit de enige situatie is waarin iemand in aanmerking kan komen voor sociale steun. De enige leidraad die van toepassing is, is die van het huishoudelijk reglement van de PI Merksplas (p. 14), dat bepaalt dat men “in uitzonderlijke omstandigheden” sociale kantine kan ontvangen. Deze omstandigheden kunnen van verschillende aard zijn. De beslissing die de directie hieromtrent neemt dient getoetst te worden op redelijkheid.
Klager voert aan dat hij weliswaar arbeidsgeschikt is, doch al sinds het begin vraagt om tewerkgesteld te worden in de werkhuizen. Hij staat echter op de 99ste plaats op de wachtlijst. De klachtencommissie acht het dan ook onredelijk dat klager zijn vraag tot sociale steun, louter omwille van het feit dat hij arbeidsgeschikt is, maar daarbij voorbijgaand aan het gegeven dat dit voor hem op korte termijn niet betekent dat hij ook een bron van inkomsten heeft, zonder meer negatief werd beantwoord. De klachtencommissie acht de weigeringsbeslissing, voor zover louter gebaseerd op de arbeidsgeschiktheid van klager, dan ook onredelijk. De klacht is gegrond. De directie moet binnen de 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.