KC21/24-0048
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TERMIJN
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). Met beslissing wordt gelijkgesteld: het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn (artikel 148, tweede lid Basiswet).
De klachtencommissie herinnert eraan dat het loutere niet-antwoorden op een rapportbriefje niet automatisch een verzuim tot het nemen van een beslissing uitmaakt. Dit hangt af van het voorwerp van het rapportbriefje.
Rapportbriefje van 13 februari 2024: klager stelde een ‘vraag’ die als enigszins retorisch van aard bestempeld kan worden. Ze moest volgens de klachtencommissie niet leiden tot een concrete beslissing van de directeur ten aanzien van klager, zodat er niet kan besloten worden tot een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet.
Rapportbriefje van 19 maart 2024: klager heeft op al te summiere wijze geduid wat de inhoud van het rapportbriefje is. De klachtencommissie kan op deze manier niet besluiten tot een verzuim tot het nemen van een beslissing in hoofde van de directie.
Rapportbriefjes van 26 t.e.m. 31 maart: de briefjes hebben elkaar in een bijzonder hoog tempo opgevolgd. Op het ogenblik van het indienen van de klacht (31 maart 2024) waren ze te recent om al een antwoord van de directie te verwachten. Er kan niet besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om een antwoord te verstrekken binnen een redelijke termijn, nu deze nog niet verstreken is. In verband met het rapportbriefje van 31 maart 2024 wijst de klachtencommissie er bijkomend op dat zij in KC21/24-0016 reeds oordeelde dat de directie uitvoering gaf aan de beslissing van de beroepscommissie in BC/23-0153.
De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). Met beslissing wordt gelijkgesteld: het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn (artikel 148, tweede lid Basiswet).
De klachtencommissie herinnert eraan dat het loutere niet-antwoorden op een rapportbriefje niet automatisch een verzuim tot het nemen van een beslissing uitmaakt. Dit hangt af van het voorwerp van het rapportbriefje.
Rapportbriefje van 13 februari 2024: klager stelde een ‘vraag’ die als enigszins retorisch van aard bestempeld kan worden. Ze moest volgens de klachtencommissie niet leiden tot een concrete beslissing van de directeur ten aanzien van klager, zodat er niet kan besloten worden tot een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet.
Rapportbriefje van 19 maart 2024: klager heeft op al te summiere wijze geduid wat de inhoud van het rapportbriefje is. De klachtencommissie kan op deze manier niet besluiten tot een verzuim tot het nemen van een beslissing in hoofde van de directie.
Rapportbriefjes van 26 t.e.m. 31 maart: de briefjes hebben elkaar in een bijzonder hoog tempo opgevolgd. Op het ogenblik van het indienen van de klacht (31 maart 2024) waren ze te recent om al een antwoord van de directie te verwachten. Er kan niet besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om een antwoord te verstrekken binnen een redelijke termijn, nu deze nog niet verstreken is. In verband met het rapportbriefje van 31 maart 2024 wijst de klachtencommissie er bijkomend op dat zij in KC21/24-0016 reeds oordeelde dat de directie uitvoering gaf aan de beslissing van de beroepscommissie in BC/23-0153.
De klacht is niet-ontvankelijk.