TUCHT - BEWIJS - RECHTEN VAN VERDEDIGING
In het RAD wordt beschreven hoe een personeelslid een ‘zagend geluid’ vaststelt en vervolgens samen met twee andere collega’s klager visueel op zijn vensterblad (verwarming) ziet staan ter hoogte van zijn valraam. Klager maakt een ‘zagende beweging’, gepaard gaand met een ‘ijzerdoorzagend geluid’. In de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure wordt als tenlastelegging vermeld: “zagen in valraam”.
In de motivering van de tuchtbeslissing verwijst de directie echter ook naar vaststellingen gedaan door de technische dienst (manipulaties aan het raam, o.a. weggekrabde stopverf). De klachtencommissie stelt vast dat de vaststellingen door de technische dienst niet in een RAD werden opgenomen. De directeur haalt deze vaststellingen ter tuchtzitting wel aan. Klager leek in de veronderstelling dat er ter gelegenheid van een celcontrole de dag nadien géén schade werd aangetroffen.
Het algemeen beginsel van recht van verdediging houdt in dat een tuchtstraf pas kan worden opgelegd nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gekregen zich nuttig te verdedigen ten aanzien van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen. De gedetineerde moet worden gehoord in zijn middelen van verdediging over alle informatie die de directeur zich heeft laten bezorgen (art. 144 §1 in fine juncto §5 eerste lid Basiswet; RvS 17 maart 2016, nr. 234.163).
De vaststellingen door de technische dienst zijn volgens de klachtencommissie doorslaggevend geweest in de totstandkoming van de tuchtbeslissing van 29 december 2023. Deze vaststellingen zijn onvoldoende tegensprekelijk gemaakt, doordat ze niet in een RAD of ander schriftelijk verslag dat door klager voorafgaand kon worden geraadpleegd, werden opgenomen. Klager kon zijn verdediging dan ook onvoldoende laten gelden.
Bovendien werden klager de feiten van het “zagen in valraam” ten laste gelegd. Over schade werd in de tenlastelegging niet gesproken. De klachtencommissie ziet daarenboven geen verband tussen de vaststellingen van ‘ijzerdoorzagend geluid’ in het RAD enerzijds en de vaststellingen van ‘weggekrabde stopverf’ door de technische dienst anderzijds.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
In het RAD wordt beschreven hoe een personeelslid een ‘zagend geluid’ vaststelt en vervolgens samen met twee andere collega’s klager visueel op zijn vensterblad (verwarming) ziet staan ter hoogte van zijn valraam. Klager maakt een ‘zagende beweging’, gepaard gaand met een ‘ijzerdoorzagend geluid’. In de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure wordt als tenlastelegging vermeld: “zagen in valraam”.
In de motivering van de tuchtbeslissing verwijst de directie echter ook naar vaststellingen gedaan door de technische dienst (manipulaties aan het raam, o.a. weggekrabde stopverf). De klachtencommissie stelt vast dat de vaststellingen door de technische dienst niet in een RAD werden opgenomen. De directeur haalt deze vaststellingen ter tuchtzitting wel aan. Klager leek in de veronderstelling dat er ter gelegenheid van een celcontrole de dag nadien géén schade werd aangetroffen.
Het algemeen beginsel van recht van verdediging houdt in dat een tuchtstraf pas kan worden opgelegd nadat de betrokkene de gelegenheid heeft gekregen zich nuttig te verdedigen ten aanzien van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen. De gedetineerde moet worden gehoord in zijn middelen van verdediging over alle informatie die de directeur zich heeft laten bezorgen (art. 144 §1 in fine juncto §5 eerste lid Basiswet; RvS 17 maart 2016, nr. 234.163).
De vaststellingen door de technische dienst zijn volgens de klachtencommissie doorslaggevend geweest in de totstandkoming van de tuchtbeslissing van 29 december 2023. Deze vaststellingen zijn onvoldoende tegensprekelijk gemaakt, doordat ze niet in een RAD of ander schriftelijk verslag dat door klager voorafgaand kon worden geraadpleegd, werden opgenomen. Klager kon zijn verdediging dan ook onvoldoende laten gelden.
Bovendien werden klager de feiten van het “zagen in valraam” ten laste gelegd. Over schade werd in de tenlastelegging niet gesproken. De klachtencommissie ziet daarenboven geen verband tussen de vaststellingen van ‘ijzerdoorzagend geluid’ in het RAD enerzijds en de vaststellingen van ‘weggekrabde stopverf’ door de technische dienst anderzijds.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.