KC21/23-0179
Fondée
Compensation
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Ter tuchtzitting en in zijn klacht erkent klager de feiten van het roepen, maar ontkent hij fysiek agressief te zijn geweest. Klager wenst dat hiervoor camerabeelden bekeken worden. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet gesanctioneerd werd voor fysieke agressie, doch enkel voor het verstoren van de orde door het gedrag dat hij stelde. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten. Klager wenste niet te poetsen en bleef zich hiertegen verzetten. Hij reageerde boos nadat men hem meedeelde dat men de deur gedurende 30 minuten zou sluiten. De klachtencommissie stelt vast dat de directie terecht verwijst naar de toestand van klager op het moment van de feiten. Er werd daarbij echter onvoldoende gemotiveerd waarom de directie van mening is dat klager verantwoordelijk is voor zijn daden. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Volgens de klachtencommissie doet het gegeven dat klager disproportioneel uitbarst naar aanleiding van een eenvoudige vraag en aanmaning om te poetsen en de mededeling dat men zijn cel 30 minuten zal sluiten, net vragen rijzen omtrent de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. De klachtencommissie ziet in het schriftelijk dossier aanwijzingen dat klager zijn gedrag niét in de hand had. In het RAD staat met name te lezen: “(Klager) brulde nog vanalles maar ik kon hem niet verstaan omdat hij zo hevig stond.” De klachtencommissie leest ook dat er bijstand moest komen vooraleer men klager gekalmeerd kreeg. Volgens de klachtencommissie bestaat er twijfel over de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. Twijfel dient in het voordeel van klager te spelen.
De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra videobezoek.
Ter tuchtzitting en in zijn klacht erkent klager de feiten van het roepen, maar ontkent hij fysiek agressief te zijn geweest. Klager wenst dat hiervoor camerabeelden bekeken worden. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet gesanctioneerd werd voor fysieke agressie, doch enkel voor het verstoren van de orde door het gedrag dat hij stelde. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten. Klager wenste niet te poetsen en bleef zich hiertegen verzetten. Hij reageerde boos nadat men hem meedeelde dat men de deur gedurende 30 minuten zou sluiten. De klachtencommissie stelt vast dat de directie terecht verwijst naar de toestand van klager op het moment van de feiten. Er werd daarbij echter onvoldoende gemotiveerd waarom de directie van mening is dat klager verantwoordelijk is voor zijn daden. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Volgens de klachtencommissie doet het gegeven dat klager disproportioneel uitbarst naar aanleiding van een eenvoudige vraag en aanmaning om te poetsen en de mededeling dat men zijn cel 30 minuten zal sluiten, net vragen rijzen omtrent de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. De klachtencommissie ziet in het schriftelijk dossier aanwijzingen dat klager zijn gedrag niét in de hand had. In het RAD staat met name te lezen: “(Klager) brulde nog vanalles maar ik kon hem niet verstaan omdat hij zo hevig stond.” De klachtencommissie leest ook dat er bijstand moest komen vooraleer men klager gekalmeerd kreeg. Volgens de klachtencommissie bestaat er twijfel over de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. Twijfel dient in het voordeel van klager te spelen.
De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra videobezoek.