KC21/23-0176
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE
Klager erkende de feiten ter tuchtzitting. Hij vergoelijkte zijn gedrag door uit te leggen waarom hij het nodig vond om het op te nemen voor een medegedetineerde die het slachtoffer is van pesterijen maar niet in staat is voor zichzelf op te komen. Volgens de klachtencommissie voerde klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het bijgevolg redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie vindt het onaanvaardbaar dat conflicten tussen gedetineerden op fysieke wijze beslecht worden. Ongeacht zijn beweegredenen maakte klager zich volgens de klachtencommissie dan ook wel degelijk schuldig aan de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van de medegedetineerde. De klachtencommissie acht de kwalificatie bijgevolg correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 20 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager erkende de feiten ter tuchtzitting. Hij vergoelijkte zijn gedrag door uit te leggen waarom hij het nodig vond om het op te nemen voor een medegedetineerde die het slachtoffer is van pesterijen maar niet in staat is voor zichzelf op te komen. Volgens de klachtencommissie voerde klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het bijgevolg redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie vindt het onaanvaardbaar dat conflicten tussen gedetineerden op fysieke wijze beslecht worden. Ongeacht zijn beweegredenen maakte klager zich volgens de klachtencommissie dan ook wel degelijk schuldig aan de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van de medegedetineerde. De klachtencommissie acht de kwalificatie bijgevolg correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 20 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.