KC21/23-0164
Fondée
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
Disciplinaire
TUCHT - TERMIJN - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING
Een klacht tegen een tuchtbeslissing valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150 §5 Basiswet). De tuchtbeslissing dateert van 23 oktober 2023. Klager formuleerde zijn klacht pas op 6 november 2023. De klacht werd niet tijdig ingediend. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die erop wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Volgens de klachtencommissie motiveerde de directie afdoende dat er sprake is van een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid. De directie kon volgens de klachtencommissie dan ook overgaan tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie acht de motivering van de maatregel echter gebrekkig. Na de aankruising van de uitsluiting van de gemeenschappelijke activiteiten wordt immers gesteld: “(klager) kan verblijven op zijn eigen cel.” Dit element is volgens de klachtencommissie niet dienstig ter motivering van de maatregel in art. 112 §1, 2° Basiswet. Volgens de klachtencommissie is deze zinsnede bovendien dubbelzinnig. Het is met name onduidelijk of er verwezen wordt naar de voorlopige maatregel van het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (art. 112 §1, 4° Basiswet), waarbij het ‘verplicht’ verblijf dan eerder vrijblijvend wordt omschreven (kan), dan wel of de directie hiermee wil zeggen dat de onderbrenging in een beveiligde cel (art. 112 §1, 5° Basiswet) niet nodig is. In dit laatste geval is de vermelding dat een zwaardere maatregel niet noodzakelijk is uiteraard nog geen verantwoording waarom een andere maatregel wel noodzakelijk wordt geacht. De klachtencommissie acht de motivering dan ook niet conform de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Een klacht tegen een tuchtbeslissing valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150 §5 Basiswet). De tuchtbeslissing dateert van 23 oktober 2023. Klager formuleerde zijn klacht pas op 6 november 2023. De klacht werd niet tijdig ingediend. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die erop wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Volgens de klachtencommissie motiveerde de directie afdoende dat er sprake is van een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid. De directie kon volgens de klachtencommissie dan ook overgaan tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie acht de motivering van de maatregel echter gebrekkig. Na de aankruising van de uitsluiting van de gemeenschappelijke activiteiten wordt immers gesteld: “(klager) kan verblijven op zijn eigen cel.” Dit element is volgens de klachtencommissie niet dienstig ter motivering van de maatregel in art. 112 §1, 2° Basiswet. Volgens de klachtencommissie is deze zinsnede bovendien dubbelzinnig. Het is met name onduidelijk of er verwezen wordt naar de voorlopige maatregel van het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (art. 112 §1, 4° Basiswet), waarbij het ‘verplicht’ verblijf dan eerder vrijblijvend wordt omschreven (kan), dan wel of de directie hiermee wil zeggen dat de onderbrenging in een beveiligde cel (art. 112 §1, 5° Basiswet) niet nodig is. In dit laatste geval is de vermelding dat een zwaardere maatregel niet noodzakelijk is uiteraard nog geen verantwoording waarom een andere maatregel wel noodzakelijk wordt geacht. De klachtencommissie acht de motivering dan ook niet conform de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.