KC21/23-0087
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 3 juli 2023. Klager voert in zijn klacht aan dat het verslag van de tuchtzitting fout is. De klachtencommissie stelt vast dat het tuchtverslag dat op zijn naam werd opgesteld inderdaad lijkt te gaan over een tuchtzitting van een andere persoon. De klachtencommissie is echter niet van mening dat deze materiële fout aanleiding geeft tot de nietigheid van de tuchtbeslissing, nu de directie haar tuchtbeslissing blijkens de motivering baseerde op het RAD en de (werkelijke) verklaringen van klager ter tuchtzitting (anders dan zoals opgenomen in dit foutieve verslag). De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte (bezit van gestolen goederen) en aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Klager ontkent het bezit van de goederen niet, doch zegt dat hij ze van iemand anders gekregen heeft. De directie hecht hier geloof aan. Hiermee erkent hij echter wel dat hij zich schuldig maakte aan het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd.
In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD van 3 juli 2023. Klager voert in zijn klacht aan dat het verslag van de tuchtzitting fout is. De klachtencommissie stelt vast dat het tuchtverslag dat op zijn naam werd opgesteld inderdaad lijkt te gaan over een tuchtzitting van een andere persoon. De klachtencommissie is echter niet van mening dat deze materiële fout aanleiding geeft tot de nietigheid van de tuchtbeslissing, nu de directie haar tuchtbeslissing blijkens de motivering baseerde op het RAD en de (werkelijke) verklaringen van klager ter tuchtzitting (anders dan zoals opgenomen in dit foutieve verslag). De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD, de feiten bewezen achtte (bezit van gestolen goederen) en aan klager toerekende.
De directie kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Klager ontkent het bezit van de goederen niet, doch zegt dat hij ze van iemand anders gekregen heeft. De directie hecht hier geloof aan. Hiermee erkent hij echter wel dat hij zich schuldig maakte aan het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd.
In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.