Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0077

Fondée Irrecevable KC - Merksplas Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière Mesure d'ordre Fouille à corps
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - ORDEMAATREGEL - MOTIVERING - BEVOEGDHEID - TERMIJN

In geval van overbrenging naar een andere gevangenis lopende de BVM beslist de directeur van die gevangenis of er nog gronden bestaan voor de handhaving van de maatregelen (artikel 112, §3 Basiswet). Volgens de klachtencommissie had de directie van Merksplas zich niet mogen beperken tot het louter betekenen en verder uitvoeren van de BVM genomen door de directie van Antwerpen, maar had zij hieromtrent een (nieuwe) beslissing moeten nemen. De directie moest met name onderzoeken én motiveren waarom zij van oordeel was dat er, op het moment van zijn overbrenging naar Merksplas, in hoofde van klager nog steeds sprake was van het vervuld zijn van de voorwaarden vereist door artikel 110 Basiswet. Uit de betekende BVM blijkt op geen enkele wijze dat er, tussen opstelling van de BVM door de directie van Antwerpen en de betekening ervan door de directie van Merksplas, sprake was van enige inhoudelijke beoordeling. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. Klager krijgt geen tegemoetkoming aangezien hetgeen hij vraagt een geldelijke tegemoetkoming uitmaakt.

In zijn aanvankelijke klacht spreekt klager over twee fouilleringen te Merksplas op 18 juni 2023. Op het tweede klachtenformulier stelt hij dat deze fouilleringen plaatsvonden in Antwerpen. Volgens het verweer van de directie vond er slechts één fouille op het lichaam plaats te Merksplas. De klachtencommissie van Merksplas is enkel bevoegd voor beslissingen van de directie te Merksplas. Zij kan zich dan ook niet buigen over beslissingen tot fouillering op het lichaam bevolen door de directie van Antwerpen. De directie van Merksplas voegde een beslissing tot fouillering op het lichaam toe aan haar schriftelijk verweer. Volgens de klachtencommissie kan de klacht geen betrekking hebben op deze beslissing, nu ze dateert van 26 juni 2023, enkele dagen na het opstellen van de klacht door klager. De klacht is niet-ontvankelijk.

Een klacht tegen een ordemaatregel inzake afzetting van werk (ontslagbeslissing) is een beslissing die door de directeur ten aanzien van de gedetineerde dient te worden genomen. De klacht behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Klager klaagt over een ontslagbeslissing van 9 juni 2023. Hij stelde zijn klacht op 20 en 22 juni 2023 op. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die er op wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren (artikel 150 §2 Basiswet). De klacht is niet-ontvankelijk.