KC21/23-0066
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
KLACHTENPROCEDURE - DERDEN
Een gedetineerde kan een ontvankelijk beklag indienen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis, wanneer op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing. Op de directie kan een dergelijke verplichting rusten op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling die uitdrukkelijk aan de directie oplegt een beslissing te nemen, maar een dergelijke verplichting kan ook bestaan wanneer, rekening houdend met alle omstandigheden, de directie een beslissing had moeten nemen om de rechten van de gedetineerde en een menswaardige detentie te waarborgen. (BC/22-0136)
Artikel 5 Basiswet benoemt expliciet het recht op tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende maatregel in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen. De klachtencommissie meent dat een degelijke nachtrust onder dit recht vervat zit. In het voorliggend dossier stelt klager dat hij in zijn rechten geschonden wordt door de lawaaioverlast gecreëerd door zijn medegedetineerde. De klachtencommissie oordeelt dat er inderdaad sprake is van een situatie waarin er in hoofde van de directie een verplichting bestaat om een beslissing te nemen om het recht van klager op een degelijke nachtrust te waarborgen. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.
Klager voert aan dat er volgens hem sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie zijn suggestie om de radio van de medegedetineerde af te nemen, niet volgde. Op basis van het antwoord van de directie op het rapportbriefje van klager en op basis van het schriftelijk verweer van de directie tegen de klacht stelt de klachtencommissie vast dat de directie overging tot een bepaalde actie (te kwalificeren als een “beslissing”) om tegemoet te komen aan haar verplichting. De verplichting van de directie bestaat erin tegemoet te komen aan het probleem van het nachtlawaai, aangezien dit zorgt voor een schending van het recht van klager op nachtrust. Deze verplichting veronderstelt echter niet noodzakelijk dat de directie de beslissing had moeten nemen in de zin die klager suggereerde. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verzuim tot het nemen van een beslissing. De klacht is ongegrond.
Een gedetineerde kan een ontvankelijk beklag indienen tegen het verzuim of de weigering van de directie om een beslissing te nemen die betrekking heeft op de rechtspositie van de individuele gedetineerde binnen de gevangenis of op zijn bejegening binnen de gevangenis, wanneer op de directie de verplichting rustte tot het nemen van een beslissing. Op de directie kan een dergelijke verplichting rusten op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling die uitdrukkelijk aan de directie oplegt een beslissing te nemen, maar een dergelijke verplichting kan ook bestaan wanneer, rekening houdend met alle omstandigheden, de directie een beslissing had moeten nemen om de rechten van de gedetineerde en een menswaardige detentie te waarborgen. (BC/22-0136)
Artikel 5 Basiswet benoemt expliciet het recht op tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende maatregel in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen. De klachtencommissie meent dat een degelijke nachtrust onder dit recht vervat zit. In het voorliggend dossier stelt klager dat hij in zijn rechten geschonden wordt door de lawaaioverlast gecreëerd door zijn medegedetineerde. De klachtencommissie oordeelt dat er inderdaad sprake is van een situatie waarin er in hoofde van de directie een verplichting bestaat om een beslissing te nemen om het recht van klager op een degelijke nachtrust te waarborgen. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.
Klager voert aan dat er volgens hem sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie zijn suggestie om de radio van de medegedetineerde af te nemen, niet volgde. Op basis van het antwoord van de directie op het rapportbriefje van klager en op basis van het schriftelijk verweer van de directie tegen de klacht stelt de klachtencommissie vast dat de directie overging tot een bepaalde actie (te kwalificeren als een “beslissing”) om tegemoet te komen aan haar verplichting. De verplichting van de directie bestaat erin tegemoet te komen aan het probleem van het nachtlawaai, aangezien dit zorgt voor een schending van het recht van klager op nachtrust. Deze verplichting veronderstelt echter niet noodzakelijk dat de directie de beslissing had moeten nemen in de zin die klager suggereerde. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verzuim tot het nemen van een beslissing. De klacht is ongegrond.