TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De directie kwalificeerde de feiten uit het RAD als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en rekende ze aan klager toe. De klachtencommissie merkt het volgende op. Klager stelt ter tuchtzitting weliswaar dat hij niet kan spreken over de reden waarom hij wankel op zijn benen stond, maar de advocaat deelt wel mee dat klager door een celgenoot werd aangevallen. De directie gaat hier niet verder op in. Ze deelt enkel mee dat klager zich als slachtoffer tot de politie kan wenden. Vervolgens vertrouwt de directie wel op de informatie uit het RAD, waarin uitspraken staan die afkomstig zijn van de celgenoten van klager, terwijl de advocaat net aangegeven heeft dat minstens één van hen verantwoordelijk is voor het aanvallen van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het aspect van het ‘zwaar onder invloed zijn’ grondiger had moeten onderzoeken, ook al wordt klager uiteindelijk niet gesanctioneerd voor het bezit van verboden middelen of voor zelfgemaakte alcohol. De reden waarom klager wankel op zijn benen stond, speelt volgens de klachtencommissie immers mee in de beoordeling van het opzettelijk element dat vereist is om te kunnen spreken van de tuchtinbreuk van artikel 129, 5° Basiswet.
Volgens de klachtencommissie deed de directie in het voorliggend dossier aan onzorgvuldige feitenvinding. Er rijzen een aantal vragen die onbeantwoord blijven.
- Geen van de getuigen werd ondervraagd. Volgens het RAD duurde het incident verschillende uren en kwamen er verschillende personeelsleden aan te pas, doch wat er in die tijd allemaal gebeurde is de directie geheel onbekend.
- De directie deed geen navraag inzake de medicatie, waarvan de celgenoten aangeven dat het de oorzaak is van zijn gedrag, maar waarvan klager ter zitting stelt dat hij ze niet neemt.
De klachtencommissie meent dan ook dat er door de directie niet kon besloten worden tot een opzettelijke aantasting van de orde, nu het opzettelijk element onvoldoende vaststaat. De klachtencommissie meent dat klager enkel gesanctioneerd kon worden voor het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet), gelet op de hevige discussie die hij in het midden van de nacht voert met zijn celgenoten (verstoren van de nachtrust).
Klager kreeg een sanctie van 7 dagen ATV. Het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Na herkwalificatie van de inbreuk acht de klachtencommissie de oorspronkelijke sanctie van 7 dagen ATV wettelijk maar onredelijk. De klachtencommissie legt een sanctie van 3 dagen ATV op. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats.
De directie kwalificeerde de feiten uit het RAD als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en rekende ze aan klager toe. De klachtencommissie merkt het volgende op. Klager stelt ter tuchtzitting weliswaar dat hij niet kan spreken over de reden waarom hij wankel op zijn benen stond, maar de advocaat deelt wel mee dat klager door een celgenoot werd aangevallen. De directie gaat hier niet verder op in. Ze deelt enkel mee dat klager zich als slachtoffer tot de politie kan wenden. Vervolgens vertrouwt de directie wel op de informatie uit het RAD, waarin uitspraken staan die afkomstig zijn van de celgenoten van klager, terwijl de advocaat net aangegeven heeft dat minstens één van hen verantwoordelijk is voor het aanvallen van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het aspect van het ‘zwaar onder invloed zijn’ grondiger had moeten onderzoeken, ook al wordt klager uiteindelijk niet gesanctioneerd voor het bezit van verboden middelen of voor zelfgemaakte alcohol. De reden waarom klager wankel op zijn benen stond, speelt volgens de klachtencommissie immers mee in de beoordeling van het opzettelijk element dat vereist is om te kunnen spreken van de tuchtinbreuk van artikel 129, 5° Basiswet.
Volgens de klachtencommissie deed de directie in het voorliggend dossier aan onzorgvuldige feitenvinding. Er rijzen een aantal vragen die onbeantwoord blijven.
- Geen van de getuigen werd ondervraagd. Volgens het RAD duurde het incident verschillende uren en kwamen er verschillende personeelsleden aan te pas, doch wat er in die tijd allemaal gebeurde is de directie geheel onbekend.
- De directie deed geen navraag inzake de medicatie, waarvan de celgenoten aangeven dat het de oorzaak is van zijn gedrag, maar waarvan klager ter zitting stelt dat hij ze niet neemt.
De klachtencommissie meent dan ook dat er door de directie niet kon besloten worden tot een opzettelijke aantasting van de orde, nu het opzettelijk element onvoldoende vaststaat. De klachtencommissie meent dat klager enkel gesanctioneerd kon worden voor het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet), gelet op de hevige discussie die hij in het midden van de nacht voert met zijn celgenoten (verstoren van de nachtrust).
Klager kreeg een sanctie van 7 dagen ATV. Het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Na herkwalificatie van de inbreuk acht de klachtencommissie de oorspronkelijke sanctie van 7 dagen ATV wettelijk maar onredelijk. De klachtencommissie legt een sanctie van 3 dagen ATV op. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats.