Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0122

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE

De klachtencommissie meent dat een deel van de feiten waarvoor klager volgens de motivering van de tuchtbeslissing bestraft werd (roepen, dreigen) het gevolg waren van een overbrenging naar de beveiligde cel, waarvan het vrijwillig (en zelfs wettelijk) karakter twijfelachtig is. De klachtencommissie meent dan ook dat er door de directie niet kon besloten worden tot een opzettelijke aantasting van de orde, nu een deel van de feiten (roepen, dreigen; kortom, het hevige verzet van klager) in wezen deels ‘veroorzaakt’ werd door de handelingen van het personeel. De klachtencommissie meent dat klager enkel gesanctioneerd kon worden voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet).

Klager kreeg een sanctie van 10 dagen ATV. Het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) is een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 15 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Na herkwalificatie van de inbreuk (ten gevolge van inperking van de feiten waarvoor klager gesanctioneerd kon worden) acht de klachtencommissie de oorspronkelijke sanctie van 10 dagen ATV wettelijk maar onredelijk. De klachtencommissie legt een sanctie van 5 dagen ATV op.

De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Gelet op de invrijheidsstelling van klager wordt er géén tegemoetkoming toegekend voor de 5 dagen ATV die in overschrijding van deze sanctie werden uitgevoerd.