KC21/22-0118
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over fouten op de moederfiche en het attest van gevangenschap, houdt verband met de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, hetgeen buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
De CB nr. 113 van 5 augustus 2011 (Voorwerpen van gedetineerden – titel 6.4) regelt de procedure inzake de voorwerpen van gedetineerden in geval van overbrenging. Volgens de klachtencommissie is er in het voorliggend dossier geen beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet voorhanden die getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. Ook is er geen sprake van een verzuim om dergelijke beslissing te nemen, nu uit de hierboven beschreven procedure blijkt dat er géén beslissing van de directeur dient tussen te komen alvorens een gedetineerde zijn persoonlijke spullen overhandigd krijgt. Uit het verweer van de directie blijkt ook geen enkele intentie om klager bepaalde spullen niét te overhandigen (waarvoor desgevallend wel een beslissing nodig zou zijn). De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over fouten op de moederfiche en het attest van gevangenschap, houdt verband met de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, hetgeen buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie valt. De klacht is niet-ontvankelijk.
De CB nr. 113 van 5 augustus 2011 (Voorwerpen van gedetineerden – titel 6.4) regelt de procedure inzake de voorwerpen van gedetineerden in geval van overbrenging. Volgens de klachtencommissie is er in het voorliggend dossier geen beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet voorhanden die getoetst kan worden op wettelijkheid en redelijkheid. Ook is er geen sprake van een verzuim om dergelijke beslissing te nemen, nu uit de hierboven beschreven procedure blijkt dat er géén beslissing van de directeur dient tussen te komen alvorens een gedetineerde zijn persoonlijke spullen overhandigd krijgt. Uit het verweer van de directie blijkt ook geen enkele intentie om klager bepaalde spullen niét te overhandigen (waarvoor desgevallend wel een beslissing nodig zou zijn). De klacht is niet-ontvankelijk.