KC21/22-0098
Fondée
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING - HANDTEKENING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Door de vorm waarin de schriftelijke ontslagbeslissing werd opgesteld (nl. de motivering betreft schijnbaar knip- en plakwerk vanuit een rapport aan de directeur) besluit de klachtencommissie dat de ontslagbeslissing de toets van de wettelijkheid niet doorstaat. Zowel de mondelinge mededeling (reeds door het personeel gedaan nog vooraleer de directeur een beslissing nam) als de navolgende schriftelijke beslissing zijn strijdig met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift (artikel 158, §2, 1° Basiswet), namelijk het huishoudelijk reglement, nu de ontslagbeslissing duidelijk genomen werd door een personeelslid, met miskenning van de exclusieve bevoegdheid van de directeur ter zake. Volgens de klachtencommissie blijft deze vaststelling overeind, ongeacht het gegeven dat de directeur de schriftelijke ontslagbeslissing wel ondertekend heeft. Nu de motivering niet door de directeur werd opgesteld, kan deze beslissing bezwaarlijk worden beschouwd als zijnde “genomen door de directeur”. De klacht is gegrond. De ontslagbeslissing wordt vernietigd.
Er werden door het personeel schijnbaar beloftes gedaan aan klager (toekomstige verloning aan 6 uur). Omdat er echter geen beslissing door of namens de directeur aan te pas lijkt te zijn gekomen, valt de klacht voor zover ze hiertegen gericht is, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager veronderstelde foutief dat hij per 5 cellen die hij poetste 5 euro extra beltegoed zou krijgen. Het gaat om een verkeerd begrip van een toepassing zijnde regeling voor het poetsen van extra vuile cellen op de crisisafdeling. Aangezien de toepassing van deze regeling echter geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van klager betreft, valt de klacht voor zover ze hiertegen gericht is, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Door de vorm waarin de schriftelijke ontslagbeslissing werd opgesteld (nl. de motivering betreft schijnbaar knip- en plakwerk vanuit een rapport aan de directeur) besluit de klachtencommissie dat de ontslagbeslissing de toets van de wettelijkheid niet doorstaat. Zowel de mondelinge mededeling (reeds door het personeel gedaan nog vooraleer de directeur een beslissing nam) als de navolgende schriftelijke beslissing zijn strijdig met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift (artikel 158, §2, 1° Basiswet), namelijk het huishoudelijk reglement, nu de ontslagbeslissing duidelijk genomen werd door een personeelslid, met miskenning van de exclusieve bevoegdheid van de directeur ter zake. Volgens de klachtencommissie blijft deze vaststelling overeind, ongeacht het gegeven dat de directeur de schriftelijke ontslagbeslissing wel ondertekend heeft. Nu de motivering niet door de directeur werd opgesteld, kan deze beslissing bezwaarlijk worden beschouwd als zijnde “genomen door de directeur”. De klacht is gegrond. De ontslagbeslissing wordt vernietigd.
Er werden door het personeel schijnbaar beloftes gedaan aan klager (toekomstige verloning aan 6 uur). Omdat er echter geen beslissing door of namens de directeur aan te pas lijkt te zijn gekomen, valt de klacht voor zover ze hiertegen gericht is, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager veronderstelde foutief dat hij per 5 cellen die hij poetste 5 euro extra beltegoed zou krijgen. Het gaat om een verkeerd begrip van een toepassing zijnde regeling voor het poetsen van extra vuile cellen op de crisisafdeling. Aangezien de toepassing van deze regeling echter geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van klager betreft, valt de klacht voor zover ze hiertegen gericht is, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.