KC21/22-0095
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
VRIJE TIJD - MOTIVERING - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
De huur van pc’s wordt niet nader geregeld door de Basiswet noch het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie kan de beslissing van de directeur dan ook enkel toetsen op redelijkheid. De directie weigerde de huur van een nieuwe pc omwille van het politioneel onderzoek ten aanzien van klager inzake strafbare feiten die hij met een vorige huur-pc zou gepleegd hebben. De directie meende hieruit te kunnen afleiden dat door de terbeschikkingstelling van een nieuwe huur-pc de externe veiligheid in het gedrang zou worden gebracht (tussen haakjes specificeerde ze dat er misdrijven zouden 'kunnen' gepleegd worden).
Het klopt dat het vermoeden van onschuld geldt zolang er geen einduitspraak over de vermeende strafbare feiten werd gedaan. De klachtencommissie is echter niet van oordeel dat de directie door haar weigeringsbeslissing noch door de formulering ervan dit principe geschonden heeft. In tegendeel, de directie verwijst uitdrukkelijk naar de “verdenking” van strafbare feiten, waarmee ze aangeeft dat deze nog niet als bewezen worden beschouwd.
In het kader van de verantwoordelijkheid voor de orde en de veiligheid (hetgeen volgens artikel 2, 8° Basiswet zowel de interne als de externe veiligheid omvat) die ingevolge artikel 105 §2 Basiswet op de directie rust, is er volgens de klachtencommissie géén bewijs van schuld vereist alvorens de directie bepaalde maatregelen (lees: weigeringsbeslissing tot huur van een pc) zou kunnen treffen ter bescherming van die orde en veiligheid, zolang zij hiermee de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaat.
Volgens de klachtencommissie was de beslissing van de directie in het voorliggend dossier redelijk. De motivering voldoet aan artikel 8 Basiswet. Gelet op hetgeen klager uiteenzet in zijn klacht, was er in zijn hoofde geen twijfel over de (op dat ogenblik per definitie nog steeds vermeende) strafbare feiten waarnaar de directie in haar motivering verwees. De klacht is ongegrond.
De huur van pc’s wordt niet nader geregeld door de Basiswet noch het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie kan de beslissing van de directeur dan ook enkel toetsen op redelijkheid. De directie weigerde de huur van een nieuwe pc omwille van het politioneel onderzoek ten aanzien van klager inzake strafbare feiten die hij met een vorige huur-pc zou gepleegd hebben. De directie meende hieruit te kunnen afleiden dat door de terbeschikkingstelling van een nieuwe huur-pc de externe veiligheid in het gedrang zou worden gebracht (tussen haakjes specificeerde ze dat er misdrijven zouden 'kunnen' gepleegd worden).
Het klopt dat het vermoeden van onschuld geldt zolang er geen einduitspraak over de vermeende strafbare feiten werd gedaan. De klachtencommissie is echter niet van oordeel dat de directie door haar weigeringsbeslissing noch door de formulering ervan dit principe geschonden heeft. In tegendeel, de directie verwijst uitdrukkelijk naar de “verdenking” van strafbare feiten, waarmee ze aangeeft dat deze nog niet als bewezen worden beschouwd.
In het kader van de verantwoordelijkheid voor de orde en de veiligheid (hetgeen volgens artikel 2, 8° Basiswet zowel de interne als de externe veiligheid omvat) die ingevolge artikel 105 §2 Basiswet op de directie rust, is er volgens de klachtencommissie géén bewijs van schuld vereist alvorens de directie bepaalde maatregelen (lees: weigeringsbeslissing tot huur van een pc) zou kunnen treffen ter bescherming van die orde en veiligheid, zolang zij hiermee de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaat.
Volgens de klachtencommissie was de beslissing van de directie in het voorliggend dossier redelijk. De motivering voldoet aan artikel 8 Basiswet. Gelet op hetgeen klager uiteenzet in zijn klacht, was er in zijn hoofde geen twijfel over de (op dat ogenblik per definitie nog steeds vermeende) strafbare feiten waarnaar de directie in haar motivering verwees. De klacht is ongegrond.