KC21/22-0028
Non fondée
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - MOTIVERING - VERTROUWENSFUNCTIE
De directie reageerde twee keer negatief op een werkaanvraag van klager voor de functie van middenmagazijnier. Op het rapportbriefje van 24 februari 2022 staat: “De vraag wordt bekeken nadat enkele UV’s correct zijn verlopen.” De directie geeft hiermee aan dat ze vindt dat klager (voorlopig) niet aan de voorwaarden voor de functie voldoet. Klager haalt terecht aan dat hij al een aantal succesvolle UV’s heeft doorlopen, weliswaar onder begeleiding. De directie had volgens de Klachtencommissie dan ook duidelijker kunnen zeggen dat ze doelde op UV’s zonder begeleiding, gelet op het feit dat de tewerkstelling buiten de gevangenismuren plaatsvindt. Ter zitting van de Klachtencommissie werd duidelijk dat klager, ten gevolge van een recente uitspraak van de KBM, hier geen recht op heeft. Dat er ook penitentiaire beambten aanwezig zijn tijdens het werken buiten de muren kan volgens de Klachtencommissie niet gelijkgesteld worden met een UV onder begeleiding. De Klachtencommissie acht de beslissing van de directie an sich redelijk. De overwegingen die hebben meegespeeld in de besluitvorming van de directie, duidelijk weergegeven in het schriftelijk verweer en de mondelinge verklaringen ter zitting van de Klachtencommissie, komen echter onvoldoende naar voren in de motivering van de beslissing van 24 februari 2022. De motivering voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. De directeur moet binnen een termijn van 7 dagen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de Klachtencommissie.
Klager betwist dat hij medisch werkonbekwaam zou zijn en verwijst naar de weigering van de arts om hem een kruk te verlenen en hem met de “gehandicaptenbeweging” te laten vertrekken naar het werkhuis. Ook wijst hij erop dat hij wel degelijk kán werken. Hij naaide recent mondmaskers en tekende enkele ontwerpen in het kader van een marketing- en reclamecampagne. Daarnaast geeft klager echter aan dat hij al lange tijd niet meer bij de arts langsging. De Klachtencommissie leest en hoort in het verhaal van klager een aantal elementen die de inschatting van de directie dat zijn medische toestand (knieblessure) onverzoenbaar is met de zware functie van middenmagazijnier staven. De beslissing van de directie is dan ook redelijk. De motivering maakt voldoende duidelijk dat de weigering te wijten is aan zijn medische situatie en is daardoor in overeenstemming met artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.
De directie reageerde twee keer negatief op een werkaanvraag van klager voor de functie van middenmagazijnier. Op het rapportbriefje van 24 februari 2022 staat: “De vraag wordt bekeken nadat enkele UV’s correct zijn verlopen.” De directie geeft hiermee aan dat ze vindt dat klager (voorlopig) niet aan de voorwaarden voor de functie voldoet. Klager haalt terecht aan dat hij al een aantal succesvolle UV’s heeft doorlopen, weliswaar onder begeleiding. De directie had volgens de Klachtencommissie dan ook duidelijker kunnen zeggen dat ze doelde op UV’s zonder begeleiding, gelet op het feit dat de tewerkstelling buiten de gevangenismuren plaatsvindt. Ter zitting van de Klachtencommissie werd duidelijk dat klager, ten gevolge van een recente uitspraak van de KBM, hier geen recht op heeft. Dat er ook penitentiaire beambten aanwezig zijn tijdens het werken buiten de muren kan volgens de Klachtencommissie niet gelijkgesteld worden met een UV onder begeleiding. De Klachtencommissie acht de beslissing van de directie an sich redelijk. De overwegingen die hebben meegespeeld in de besluitvorming van de directie, duidelijk weergegeven in het schriftelijk verweer en de mondelinge verklaringen ter zitting van de Klachtencommissie, komen echter onvoldoende naar voren in de motivering van de beslissing van 24 februari 2022. De motivering voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De beslissing wordt vernietigd. De directeur moet binnen een termijn van 7 dagen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de Klachtencommissie.
Klager betwist dat hij medisch werkonbekwaam zou zijn en verwijst naar de weigering van de arts om hem een kruk te verlenen en hem met de “gehandicaptenbeweging” te laten vertrekken naar het werkhuis. Ook wijst hij erop dat hij wel degelijk kán werken. Hij naaide recent mondmaskers en tekende enkele ontwerpen in het kader van een marketing- en reclamecampagne. Daarnaast geeft klager echter aan dat hij al lange tijd niet meer bij de arts langsging. De Klachtencommissie leest en hoort in het verhaal van klager een aantal elementen die de inschatting van de directie dat zijn medische toestand (knieblessure) onverzoenbaar is met de zware functie van middenmagazijnier staven. De beslissing van de directie is dan ook redelijk. De motivering maakt voldoende duidelijk dat de weigering te wijten is aan zijn medische situatie en is daardoor in overeenstemming met artikel 8 van de Basiswet. De klacht is ongegrond.